1908 In Portugal

Het Ajudapaleis onderscheidt zich door de grootschheid en den rijkdom van de zalen, waarvan de mooie parketvloeren van verschillend gekleurd hout de sierlijkste arabesken vertoonen. De zalen beneden zijn maar matig interessant, maar die van de eerste étage hebben iets werkelijk koninklijks door hun omvang, de hoogte der plafonds en de schoone harmonie der verhoudingen. Op de wachtzaal, de grootste van alle, volgen de salons van Jan IV en Jan VI; de troonzaal, met de drie koninklijke zetels onder een prachtigen fluweelen troonhemel, neemt den zuidelijken hoek van het paleis in. Het gezicht, dat men er heeft op Lissabon en de Taag is onbeschrijfelijk mooi. In een complex van huizen en tuinen vertoont zich de stad op de zeven heuvelen; wij zien hier neer op de onmetelijke haven met haar schepen van allerlei soort en de drukte der kaden; heel aan den horizon wordt het wijde estuarium van de Taag nauwer en verliest zich in de velden; van de hoogten van Palmella daalt de blik naar Barreiro, half verborgen door kaap Cacilhas en den heuvel Almada, volgt dan den tegenoverliggenden oever van de rivier en dwaalt af naar de zee, terwijl aan onze voeten de sierlijke toren van Belem zich in de golven van de Taag spiegelt, en de bevallige koepel van het klooster van Jeronimus zich afteekent tegen de lucht.

Door de eindelooze Ajudastraat dalen wij weer af naar Belem. Het kasteel van Belem heeft iets bescheidens en de appartementen zijn eenvoudig en deftig.

Ofschoon het nauwelijks de moeite van een bezoek loont, is alleen de verzameling rijtuigen een lang bekijken waard. Er zijn twee zalen voor bestemd; een, aan den zuidkant van het kasteel aan het Ferdinandsplein, bevat de koetsen van de oude koningen; de andere daarnaast de galarijtuigen van het hof. De negen in die laatste zaal, voor het meerendeel van engelsch fabrikaat, zijn prachtige exemplaren van de moderne carosserie; met de breede zittingen van rood damast en de sobere, smaakvolle versieringen; maar de zaal van de oude koetsen is een wonder; de 21 daar bijeengebrachte wagens vertegenwoordigen een geheel, dat een volkomen eenige collectie vormt; de meeste der rijtuigen dateeren uit de 18de eeuw.

Het oudste is dat van Filips II, koning van Spanje en Portugal, dus uit het eind der 16de eeuw; de vorm is eenvoudig, en de lederen banden, waarmee de groote koets van buiten bekleed is, zijn [68]versierd met een groot aantal spijkers van verschillende grootte, wat een origineele decoratie oplevert. Men staat ook onwillekeurig stil vóór den triomfwagen, die aan de spits reed bij de officiëele ontvangst van den markies de Fontes, Don Rodrigo de Menezes, gezant in diplomatieken dienst naar het hof van paus Clemens XI; de mooie allegorische groepen, die er voorop en achterop staan, de rijke bekleeding, waar de wielen zich onder verschuilen, vormen een tegenstelling met den eenvoud van den bak; er waren twintig paarden noodig, om het enorme rijtuig te trekken.

Uit denzelfden tijd stamt de koets van Jan V, een beeld van kostbare sierlijkheid. Aangestoken door de dwaze weelde van het hof te Versailles, putte deze vorst, wiens nagedachtenis slechts droevige herinneringen wekt, het land uit door zijn verkwisting en de pracht zijner feesten, waarin hij wedijverde met het hof van Lodewijk XIV. De koets, die ons werd vertoond, is een product van dien geestestoestand en ze heeft stellig nog al eenige diamanten uit de mijnen van Brazilië gekost! De bronzen bekleeding, die overal is aangebracht, is met kunstvaardige hand bewerkt; op het paneel van het portier stelt een fijn schilderstukje, door twee bekoorlijke jonkvrouwen gedragen, een schelp voor, waarin Neptunus reist, de koning der zee, terwijl de godin Ceres hem de eerste vruchten van de aarde aanbiedt. De fransche invloed laat zich terugvinden in het beloop der lijnen en tot in alle bijzonderheden van het koninklijke rijtuig. Laat ons nog ten slotte, want we moeten ons beperken, het rijtuig noemen van Jozef I uit de tweede helft der 18de eeuw, dat niet minder luisterrijk versierd is; de schilderij, die aan de achterzijde het bovenste paneel versiert, stelt de worging voor van een leeuw door een onverschrokken man, terwijl een groep mannen en vrouwen er naar kijken in een mooie landelijke omgeving met donkere wolken aan den horizon. Is het een allegorie, en is de held misschien Pombal? Maar dan hadden er drie leeuwen moeten zijn, de Heilige Dienst, de Jezuïeten en de Adel! En Lissabon na de vreeselijke aardbeving van 1755, die het leven kostte aan 30 000 inwoners, was ook niet voor te stellen door een liefelijk landschap!

Cintra, het stadje op de heuvelhelling.

Cintra, het stadje op de heuvelhelling.

Volgen wij nu het hof in de zomerresidenties van Cascaes en Cintra. Zoodra de warmte het verblijf in Lissabon minder prettig maakt, gaat de koninklijke familie naar Cintra, waar het Koninklijk Paleis wordt betrokken door de koningin moeder, en het kasteel van Pena door koning Carlos en koningin Amelia. De adel volgt hen in de verplaatsing, en de families van den hoogen adel in Lissabon hebben bijna alle hun villa te Cintra. Komt dan September in het land, dan vertrekken ze allen naar Cascaes, naar Estoril, waarheen dan het echte seizoen verplaatst is.

Cintra is een stadje van minder dan 4000 inwoners, gelegen op de helling van een berg, die zich bijna loodrecht verheft in de vlakte van Estramadura en waarvan de eenzame ligging den indruk van zijn hoogte versterkt. Er is een weelderige plantengroei; Cintra verdwijnt letterlijk onder het groen. De talrijke villa’s, die de eerste kringen van Lissabon herbergen tijdens het verblijf van den vorst, voltooien met hun tuinen vol bloemen de schoonheid van het geheel. De elegantie van de bewoners, de levendigheid en vroolijkheid der feesten, de schoone omgeving maken van Cintra in de maand Juli het mooiste plekje van Portugal, een paradijsje, welks roem geheel Europa door klinkt. Daarbij geven de ligging op 28 kilometer afstands van Lissabon en de gemakkelijke verbinding per spoor er altijd drukte en beweging.

Aan het station van Cintra bespieden tal van rijtuigen den onschuldigen toerist; het lijkt, of men in Napels is, zoo grooten ijver leggen de koetsiers aan den dag. Het eenvoudigste voor den reiziger zonder pretensies, die zijn morgen wil besteden aan een bezoek aan het Koninklijk Paleis en eerst in den namiddag naar Pena wil gaan, is, de tram te nemen in het station zelf; dan bereikt men snel en op niet dure manier het binnenplein van het paleis. Het is een mooie weg; die bij den uitgang der stad een bocht maakt, zoodat men het gezicht op Lissabon krijgt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *