1908 In Portugal

De mannen dragen vesten met glanzende metalen knoopen, een korte broek en een rooden of blauwen wollen gordel; de vrouwen een kort rood jakje met twee zilveren knoopen, een wit lijfje, een rok met fluweelen linten, en enkele hebben een rijk geborduurden boezelaar van heldere kleur en op de borst een hoop kostbaarheden, bij voorbeeld groote harten, kettingen in drie rijen, kruisen, doekspelden, heele juwelierswinkels. Onder de menigte gaan in elke richting vlugge, kleine paardjes van fijne vormen, die straks in de stierengevechten hun lenigheid zullen vertoonen.

Een uur sporens door de vlakte brengt ons naar Santarem. Die stad ligt op een hoogte boven de rivier, en de rijweg beklimt den heuvel met tallooze kronkelingen, waardoor men eenige mooie kijkjes op het dal krijgt.

Santarem is een zeer oude stad, en de strategische ligging was oorzaak, dat de plaats veel belegeringen heeft doorstaan en dat ze hevige gevechten heeft moeten leveren tegen de Mooren, die haar nu eens in bezit hadden en dan weer verloren. De stad is wel vervallen van haar vroegere grootheid; de versterkingen zijn verdwenen, en het is na een rustig, doodsch stedeke. Een paar kerken zijn het eenige belangwekkende. Maar let eens op! Van welk hout zouden wel die rijtuigen zijn gemaakt? De straten zijn zoo nauw, dat er eigenlijk maar een enkel rijtuig door kan en dat men op onmogelijke manier moet manoeuvreeren, om, als twee wagens in tegengestelde richting zich bewegen, elkander voorbij te komen. Dan volgen herhaaldelijk botsingen, waar echter de bak, noch de veêren van schijnen te lijden. [72]De al te sterke hellingen sleuren de paarden mee, en de glijpartij wordt pas bij een bocht opgehouden door een bons tegen een muur, die, als het riet, wel buigt, maar niet breekt, en de paarden komen eraf met een stoot tegen hun neuzen. Zoo iets komt vaak voor, en de punt van den disselboom is dan ook veelal dik omwonden, om de stooten te breken. Die straten, die in Venetië schijnen thuis te behooren, geven het stadje iets bijzonders, en Santarem is daarvoor wel een bezoek waard, maar toch ook om de schoone panorama’s, die men kan genieten van het hoogste punt der stad of van de brug over de Taag.

De Taagbrug bij Santarem.

De Taagbrug bij Santarem.

Wie belang stelt in het visschersbedrijf, moet Setuval bezoeken. Die groote handelstad met 20 000 inwoners ligt ten Zuiden van Lissabon aan de baai van denzelfden naam. De stoomboot van het staats-zuidernet brengt ons naar Barreiro, waar men aan het station wordt afgezet. Het traject per spoor van Barreiro naar Setuval duurt vijftig minuten, en de heele reis legt dus op iets meer dan een uur beslag.

Deze streek van Estrumadura is zeer vruchtbaar. De ommiddellijke omgeving van Setuval wordt gevormd door een heel woud van oranjeboomen en citroenen, vol welriekende bloemen en gouden of roode vruchten; zooals men weet, is het een der eigenaardigheden van oranjeboomen en hun familieleden, dat men aan denzelfden boom bloem en vrucht tegelijkertijd vindt. Een heerlijke geur zweeft over de stad, een voordeel, dat men niet heeft te Douarnenez in Bretagne, de tweelingzuster van Setuval in zake de sardinevisscherij. De stad wordt geheel door de vischindustrie in beslag genomen. Een groote, schaduwrijke laan loopt langs het strand, maar is daarvan gescheiden door een rij huizen en fabrieken. Setuval heeft inderdaad niet minder dan 34 fabrieken voor het conserveeren van sardines, en het product, dat er geleverd wordt, is uitstekend. Verscheiden huizen uit Nantes hebben succursales in die haven, waar meer dan 2000 visschers zich met de vangst der vischjes bezig houden. Hun methode verschilt van die onzer Bretagners, die veel verder in zee gaan visschen en vaak hun aas uitgooien, waar geen visch meer is te vangen. De visscher van Setuval zoekt de sardinenschoolen, en als hij die heeft ontdekt, omgeeft hij ze met reusachtige netten of cerco’s en vernauwt langzamerhand den cirkel; de zegen wordt opgehaald midden in zee en de visch is gevangen. Anderen geven de voorkeur aan de armaco’s, dat zijn vrij ingewikkelde netten, waar de visch in een wijde ruimte binnenzwemt, en er niet kan ontsnappen. Te Espinho, dichtbij Oporto, wordt ook aan sardinenvisscherij gedaan met cerco’s, maar de vischbanken zijn er zoo dicht bij de kust, dat men na de schoolen visch te hebben ingesloten, ze met ossen kan laten ophalen, waardoor de netten met hun inhoud veilig aan den wal worden gebracht.

Een eind buiten Setuval, tegenover Coïmbra bij kaap Espichel, in het diepe water, waar veel haaien zich ophouden, doet de koning op zijn jacht Amelia aan de vischvangst, een genoegen, dat voor hem te grooter is, daar hij er wetenschappelijke studiën mee vereenigt. Don Carlos heeft in de voorrede tot den Catalogus, dien hij heeft uitgegeven, over de verschillende wijzen van visschen, die hij toepast, geschreven, over harpoenen en netten van allerlei vorm; maar daar hij vooral belang stelt in de diepzeefauna, heeft hij daarvoor zijn eigen instrumenten. Die stellen hem in staat, tot op diepten van 1700 meter te visschen en dan een enkelen keer een der groote zeldzaamheden boven te brengen, die het Museum van Necessidades opluisteren.

In den loop van vele methodisch ondernomen excursies met de beste werktuigen en een uitgezocht personeel, zijn zoo onder koninklijke leiding, en gedetermineerd en gerangschikt door een geleerden natuurhistoricus, verzamelingen bijeengebracht, die wedijveren kunnen met de collecties van den vorst van Monaco, in zake oceanographie de mededinger van koning Carlos.

 

Ornament.

Villa Real de Santo Antonio aan de Guadiana.

Villa Real de Santo Antonio aan de Guadiana.

Van de verschillende provincies van Portugal is Algarvië de kleinste, maar ook de origineelste. Gelegen in het uiterste Zuiden van het land, wordt het grondgebied der provincie ingesloten door den Serra de Monchique en den Serra de Malhao, welks golvingen bijna tot Guadiana en tot de zee doorloopen. Algarvië heeft het aan die ligging te danken, dat het beschut is tegen de koude noordenwinden en een gelijkmatige, warme temperatuur geniet. Daarin schuilt het geheim van den plantengroei, met de zee het schoonste sieraad der provincie.

Het is bijna ongeloofelijk, maar waar, dat wij in dezen tijd, waarin het reizen zoo gemakkelijk is geworden en waarin zooveel dwepers met de natuur haken naar tochten door minder bekende landen en de banaliteit der modeplaatsen ontvluchten, dat wij in dezen tijd hier geen enkelen toerist hebben ontmoet, al den tijd dat wij er waren. Ook de Portugeezen zelf weten zoo goed als niets van deze mooie provincie. Er zijn twee redenen voor die vereenzaming; de eene, die wel eenig recht van bestaan heeft, ligt in de moeilijkheid om er te komen; de andere, zeer ongegrond, berust op een onjuiste legende van onzindelijkheid.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *