1908 In Portugal

Na Villa Real verdient Tavira een bezoek om de schilderachtige ligging. Gezien van den viaduct van den spoorweg, biedt dit stadje van bijna twaalf duizend inwoners met de kerk van den H. Franciscus en de kapel van het hospitaal, met de huizen, die van den heuvel dalen naar de oevers van de rivier Seco en de haven, waar vele schepen van visschers hun masten en ra’s vertoonen, een tooneel vol leven en kleur. Een Jardin public, letterlijk vol rozen en andere schitterende bloemen, loopt langs de haven op den rechteroever der rivier; wij bewonderen er palmen met reuzenstammen en prachtige veerbladeren en gaan dan op onderzoek uit naar een avondeten.

Dat is geen heel gemakkelijk werk, ten eerste omdat in Tavira, als in alle andere plaatsen van [251]Algarvië, geen enkel uiterlijk teeken een hotel aanwijst, en ten tweede omdat wij, die vanavond alleen zijn en geen woord Portugeesch verstaan, bijna onoverkomelijke moeilijkheden hebben te overwinnen, om ons te doen begrijpen. Het duurt wel bijna een uur, waarin we heen en weer worden gezonden door allerlei straten, voor we ons doel hebben bereikt, dat is voor we in een huis zijn binnengelaten, waar we wel twintigmaal voorbij waren gegaan, zonder te vermoeden, dat achter die vensters de tabel d’hôte gedekt stond, waar wij zoo naar smachtten. Wij hebben ons dus vast voorgenomen, aan aanstaande bezoekers van Portugal den raad te geven, toch vooral een beetje Portugeesch te gaan leeren. Enkele woorden, waar het op aan komt, zijn voldoende, enkele substantieven van dagelijksch gebruik, dan kunnen gestes het overige wel doen; maar die paar woorden zijn onontbeerlijk. Laten ze vooral niet rekenen op een zakwoordenboek, of op geschreven schrift; in Algarvië is het onderwijs nog primitief en diegenen, die kunnen lezen, zijn, geloof ik, uitzonderingen.

De trein rolt voort, nu door een door de maan beschenen landschap en brengt ons naar Faro. O, die nachten in het Zuiden, als in de zuivere en doorschijnende atmosfeer de maan met onvergelijkelijken glans schittert, als de sterren bij myriaden fonkelen als zeer zuivere diamanten; die nachten, als het zoo licht is, dat verwijderde landschappen aan den horizon opduiken met volkomen helderheid, nachten, omstraald van glans en poezië, welriekend door de geuren van oranjes en eucalypten, nachten, die overal dezelfden zijn en overal zalig, in de tuinen van Sorrento, de heiden van Corsica, de bosschen van Algarvië, hoe zou men die ooit kunnen vergeten en hoe zou het mogelijk wezen, de bekoring ervan onder woorden te brengen!

Door de open raampjes ademen wij de landelijke geuren in; we kijken naar de witte huizen met de gesloten luiken en luisteren naar het gesnerp van de krekels en de doffe stem van den oceaan met haar eentonig en slaapwekkend rhythme. Er glijden groote wijngaarden voorbij, die hun nieuwe ranken reeds vertoonen, dat is Fuzeta, beroemd door het geheele land om de roode wijnen, die donker van kleur en rijk aan alcohol zijn; de dorpen volgen elkaar snel op; vijgen- en amandelboomen bedekken groote uitgestrektheden, terwijl oude versterkte plaatsen uit den tijd der Mooren hun schaduw tot onzen wagen doen reiken. Eindelijk houdt de trein stil onder een gewelf van eucalyptusboomen. Dit is Faro.

Boerin uit Algarvië.

Boerin uit Algarvië.

We zijn in de hoofdstad van Algarvië, hoofdstad met het vreedzaam aanzien van klein stadje, dat zeker aan haar haven het te danken heeft, dat Silves er door onttroond is, de oude hoofdstad der provincie. De geschiedenis van Faro is nog al belangwekkend, en het oude slot heeft menig gevecht bijgewoond. Als het geheele land, behoorde Faro eerst aan de Mooren, die het in de 13de eeuw moesten ontruimen, in den tijd van de regeering van Alphonsus III, den populairen “koning der armen”. Op het eind der 16de eeuw, den ongelukstijd in de jaarboeken van Portugal, toen Filips II van Spanje over het land regeerde, ondervond de plaats den invloed van de onderdrukking. De beroemde nederlaag van de onoverwinnelijke vloot, die de vernietiging der zeemacht had na zich gesleept, gaf de stad onverdedigd over aan de invallen der Engelschen, die er in 1596 groote verwoestingen aanrichtten. Dat verleden is nu gelukkig niet meer dan een verre herinnering, en de rustige hoofdstad wordt bewoond door een bevolking van visschers en landbouwers.

Van het station bereikt men in enkele minuten een sierlijken en koelen tuin. De dichtbijzijnde haven is nogal levendig, en de vischmarkt geeft de gelegenheid, enkele typen van de kustbevolking beter te leeren kennen.

Aan zee ligt eerst een lange strook moerassig en onbebouwd land. Het is namelijk in het algemeen het geval, dat de weelderige en mooie plantengroei plotseling op eenigen afstand van de kust ophoudt en plaats maakt voor hard en kort moerasgras. De stad is in een halven cirkel gebouwd rondom de markt; de straten zijn druk, maar de bouwwerken van weinig beteekenis. Toch maakt de kathedraal uit den tijd der Renaissance, gelegen bij het bisschoppelijk paleis op een plein, waar men komt door een oud gewelf van het vroegere kasteel, een nogal schilderachtigen indruk met haar massieven toren en de onvoltooide campanila. Wat de Karmelieterkerk aangaat, aan de andere zij van de stad, men zou het gebouw, als het niet de beide rococo-torens had, door een balustrade verbonden, voor een of ander stijlloos ding kunnen houden voor onbestemd gebruik.

Deze nacht in Portugal heeft bij ons de herinnering nagelaten aan een hotel, dat op een haar geleek op de hotels op Corsica; slechts enkele kamers, eenvoudig maar netjes gemeubeld, op de een of andere verdieping van een huis; gewitte muren, witte, wat ruwe lakens, een bescheiden, goedige waard. Maar wat waren die bedden hard! En wat een stijfheid den volgenden morgen! Maar men gewent aan alles, zelfs aan portugeesche bedden, en men troost zich met de gedachte, dat ze bij warm weer inderdaad nog prettiger zijn dan de zachte, veeren bedden in sommige hoeken van Frankrijk, waar men neerzinkt in een bed van onaangename klamheid.

Het is warm in Faro en gelijkmatig, waarom de [252]stad gekozen is als herstellingsoord bij verschillende ziekten; maar wij herhalen, deze geheele kust, die de uitgezochtste plaatsen zou aanbieden voor winterstations, is in den vreemde totaal onbekend. Als we er hebben bijgevoegd, dat Faro zetel is van een bisschop, en dat men er een heerlijk gebak eet, een specialiteit van de stad, gemaakt van droge vijgen met amandelen, geloof ik wel, dat er niets meer te zeggen valt van Faro. Trouwens men moet hier niet komen zoeken naar monumenten van bouwkunst of naar iets karakteristieks in zake de gebouwen. Al het genoegen van de reis en de vreugde voor de oogen zijn gelegen in het landschap; die kleine stadjes, zoo onbeteekenend, doen u behagelijk aan door het kader, waarin ze liggen, de helderheid van den hemel, de vroolijke en reeds warme Aprilzon en de pracht van het groen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *