1908 In Portugal

Kathedraal te Evora.

Kathedraal te Evora.

Mooi en aardig waren de weinige gezichten, die ik achter de vensters van de verlaten straten in Beja zag, met de donkere oogen, die den exotischen vreemdeling nakeken. De rust van dit stadje, waar geen vrouw op straat zich vertoonde, was noodig, om iemand het hoofd zoekend te doen rondspeuren om te zien, waar ze gebleven waren die dingen, die van de pool tot den aequator aantrekkelijker zijn dan de schoonste monumenten, de aangezichten van vrouwen, de belangstellende blikken en de bevallig gebogen halzen. In de haast om weg te komen, ben ik, dunkt mij, een beetje litterair geworden; en die witte marmeren toren heeft mij alleen geboeid, omdat ik aan andere dingen dacht.

Nu is ze er weer, de eentonige vlakte; langzamerhand verdwijnt de hoogte van Beja; de toren van [262]koning Denys is nog op een afstand zichtbaar tegen een rosen achtergrond; dan wordt hij op zijn beurt klein en smal, verwasemt en verdwijnt.

Bogen van een waterleiding te Evora.

Bogen van een waterleiding te Evora.

Te Casa Branca verandert men van trein in een station met een lichte overkapping, waar papieren fladderen en de geuren van eucalyptus hangen. In de verte teekenen zich heuvels af tegen de lucht; er is daar een berg van 430 meters; het vlakke Alemtejo is gedaan, de dalen beginnen, nog eerst met een zekeren schroom. Nog een klein uur, en men heeft de hoofdstad bereikt, Evora, een oude en merkwaardige stad, die het geheele geheim van haar lange geschiedenis geeft in een reeks van bouwwerken van beteekenis.

Terstond bij aankomst verraden de resten der muren het verleden; men vindt er romeinsche, westgothische en moorsche motieven in een wijden kring bijeen, waar de muren nu eens geheel zijn verdwenen, dan half ingestort zijn, maar het meest nog overeind staan in allerlei vormen, als vierkante torens, opeengestapelde platte steenen, kanteelen, poorten met ijzer beslagen, waaraan men de verschillende stijlen herkent, die elkaar zijn opgevolgd in het oude Ebora. De stad heeft de legioenen van Sertorius gezien, die er zijn hoofdkwartier had; toen ze een romeinsche kolonie was, heette ze Liberalitas Julia. Daarna was ze in het bezit der Mooren, tot de Ridders der Avizorde haar veroverden. Het hof van Portugal heeft er geresideerd, en van dat alles is nog een aartsbisdom overgebleven, dat het derde is van het rijk, na Braga en Lissabon, terwijl er buitendien nog leeft de herinnering aan een niet geheel vervallen grootheid.

Men bespeurt dat de vlakte teneinde is aan de oploopende straten, die golvende lijnen beschrijven als in de hoofdstad van het land, maar toch is de vlakte nog niet ver verwijderd, want Evora ligt aan den rand, als een vooruitgeschoven post van de terrassen, en uit de vensters der hoog gelegen stad ziet men over een onmetelijke vlakte tot in de grijze verte.

De praça do Giraldo is het midden der stad, met arcaden, waaronder de banken en de voornaamste winkels. Op het gladde plaveisel van mozaïek, met zwarte en witte strepen naar portugeeschen trant, wandelen de groepen, rookend en pratend, maar niets dan mannen, de vrouwen stellen zich tevreden met het leven van uit haar vensters gade te slaan.

Koninklijk paleis van Villaviçosa.

Koninklijk paleis van Villaviçosa.

Van het plein gaan een menigte nauwe straatjes uit, smal en bochtig, dooreengeward en op- en neergaand, afgewisseld door kleine pleintjes, en fonteinen, waaromheen kruiken en watervaten wachten om te worden gevuld. Er is in die fonteinen en in diegenen, die er komen, iets bijbelsch, dat aan het schiereiland eigen is. Aan de altijd vriendelijk stroomende kraantjes komen vooral vrouwen uit het volk, het is haar forum en tevens haar praatsalon, waar nog drukker gebabbeld wordt dan op de Giraldo. Leunend op den rand van het bekken, waarin het frissche water neervalt, met een hand op de heup, de japon hoog opgenomen, houden ze haar steenen kruik vast, die al lang overloopt, eer ze aan het eind van het praatje weg gaan en de kruik opnemen. Dan neemt een andere de plaats in en in het oneindige zoo door, tot de kruiken, die in nette rijen op de straat staan aan eiken kant van de bron, alle gevuld zijn en meegenomen op evenveel hoofden als er vrouwen waren. De rijken en de waterkooplieden komen met ezeltjes, beladen met vier groote kruiken, twee aan elken kant van het zadel. Op bepaalde oogenblikken van den morgen en den avond ziet men bij de toegangen tot de fonteinen veertig of vijftig vrouwen, twintig ezels en legers van kleine kinderen, die er dooreenwoelen, zonder ooit de orde te verstoren in de aarden of metalen vaten, in een rij geschaard tot het eind van het pleintje.

Op het hoogste punt van Evora zijn de beide groote beschavingen vertegenwoordigd door twee gebouwen, den tempel van Diana en de kathedraal.

Hier zij opgemerkt, dat een tempel, waar men niets van weet, bijna altijd een tempel van Diana wordt. Maar te Evora is de vorm toch nog te onderscheiden en uit de rangschikking der zuilen en de inrichting der fondamenten kan men afleiden, dat het een gebouw moet geweest zijn uit de eerste eeuw na Christus. Tot in den laatsten tijd waren de ruimten tusschen de nog staande zuilen aangevuld door muren, en men had den tempel overdekt met een soort van toren, waar binnen een museum was ingericht. Een man van smaak is op het goede denkbeeld [263]gekomen, aan de ruïne haar eigen uiterlijk weer te geven; het dak, de muren en het museum zijn verdwenen, en nu kan men de harmonie der veertien zuilen waardeeren met hun kapiteelen, die nog wel iets te veel zijn gerestaureerd.

Iets lager staat de kathedraal, een stuitende vermenging vertoonend van verschillende stijlen en plannen. De hoofddeelen zijn gothisch, met smalle vensters, dikke muren en kanteelen; er verheft zich in het midden een achthoekige toren met op de acht hoeken acht klokketorens, die, maar in het eenvoudige, doen denken aan den toren van Burgos, met dan nog een massieven steenen kegel er op, die te laag en te dik is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *