1908 In Portugal

In dien tijd, ongeveer 1548, werd het College voor de Kunst gesticht, dat zoo beroemd zou worden en eenige jaren later onder de leiding zou komen van de paters Jezuïeten. Dat College, dat in de eerste maanden dichtbij het Heilige Kruis lag, werd eenige jaren later overgebracht naar een lokaal, gelegen op de plek, waar thans het hospitaal der universiteit is.

De universiteit bereikte toen het toppunt van haar glorie, en de geleerden en professoren, die er werden gevormd, waren zoo talrijk, dat ze overal naar andere universiteiten werden beroepen, om er het licht hunner wetenschap te laten schijnen. Zoo straalde in de zestiende eeuw de roem van Coïmbra in Parijs, in Leuven, in Rome, in Pisa, in Bologne, in Montpellier en in Salamanca. Maar kort daarna begon de achteruitgang met de vestiging in Portugal van het Hof van Inquisitie, bij pauselijke bul van Paulus III van 23 Mei 1536, en den toenemenden invloed van het Genootschap van Jezus. Pas in Portugal gevestigd, begonnen de Jezuïeten dadelijk zich meester te maken van alle onderwijsinrichtingen in het land. Het College van de Kunst was het eerste, dat in hun handen kwam in 1555; ze kregen terzelfdertijd gedaan, dat het onderhoud van dat College werd opgedragen aan de universiteit, waar men op deze wijze een zware zorg aan opdroeg. En toen riepen zij ook nog door de stichting van de universiteit van Evora een lastige concurrentie in het leven. Maar laten wij niet te lang stilstaan bij die periode, die meer dan 200 jaren duurde, toen het College van de Kunsten als een strijdmiddel was tegen de oude universiteit. Om op rechtvaardige wijze lof en blaam te verdeden in dien kamp, waaraan de herinnering nu nog het bloed doet koken van de oude kampioenen voor Coïmbra, zou men een grondige kennis moeten hebben van de feiten, die wij niet bezitten. En zoo komen we eindelijk bij de hervorming van markies Pombal.

Door een besluit van 23 December 1770 was er in het leven geroepen een vereeniging, genoemd de “Junta da Providencia litteraria” met het doel, een rapport op te maken over den toestand der Universiteit. Haar streven moest verder zijn de oorzaken op te sporen van het verval der instelling en middelen aan te geven voor de opheffing en den bloei van het oude instituut. Die commissie, onder het bestuur van kardinaal da Cunha en markies Pombal als raadgevers van den koning Jozef I, zette zich aan het werk en zes maanden later gaf ze een Verkorte Geschiedenis uit, waarin ze haar meening gaf. Die uitgaaf werd gevolgd door talrijke vergaderingen, waarin de verschillende artikelen werden besproken van een plan tot reorganisatie. Dat ontwerp werd door het koninklijk charter van 28 Augustus 1772 goedgekeurd en het is bekend als de “Statuten van Pombal.”

Volgens dat document wordt de universiteit verdeeld in drieën, namelijk de faculteit der geneeskunde, die der rechtsgeleerdheid met twee onderdeden, en die van wiskunde en wijsbegeerte. Zonder de vorige bepalingen en wetten totaal op zijde te zetten, stellen deze statuten uitvoerige regels vast voor het onderwijs, het professoraat, de graden en de uitreiking van de diploma’s. Het voorlezen dezer statuten was een schitterende plechtigheid, waarbij markies Pombal op het eind van September het voorzitterschap bekleedde.

Sedert de hervorming van Pombal tot die van 24 December 1901, die de laatste groep wettelijke bepalingen gaf, hebben de verschillende faculteiten eenige wijzigingen ondergaan, waaronder de belangrijkste zijn die van 1836 en 1844, die tot resultaat hebben gehad, de faculteiten van het kanonnieke en het burgerlijke recht te doen samensmelten, het stelsel der cursussen te veranderen, het aantal leerstoelen te vermeerderen, de inwendige politie, de promoties der studenten en de examens te regelen.

Het decreet van 24 December 1901 over de hervormingen in de studie der universiteit van Coïmbra, verdeelt het onderwijs in vijf faculteiten, de theologie, die 21 leerstoelen omvat en twee annexen, waarin algemeene cursussen worden gegeven en speciale cursussen voor opleiding tot den geestelijken stand; het recht, met 54 leerstoelen met algemeene cursussen en speciale ter voorbereiding voor de administratieve, diplomatieke en koloniale loopbaan; de geneeskunde, met 15 leerstoelen; de wiskunde met 11 en 3 annexen; en eindelijk de wijsbegeerte. Die laatste faculteit omvat, buiten een algemeenen cursus, verdeeld in de twee secties der physisch-chemische wetenschappen, een der natuur-historische, een voorbereidenden cursus voor genie en artillerie, een voor zeeofficieren en twee voorbereidende cursussen voor geneeskunde en pharmacie.

Op den tijd, toen wij Coïmbra bezochten, bestond het personeel der universiteit uit een onderwijzende groep van 76 personen en het universitaire personeel [267]van 151 personen; er waren 1050 studenten. Maar de gebouwen en pleinen waren bijna geheel verlaten, want men was in een periode van crisis, die toen juist ten einde liep en die verscheiden weken de universiteit in spanning had gehouden. Een rechtsgeleerde had bij zijn promotie, toen hij de stellingen moest verdedigen, die hem het doctoraat zouden verschaffen, zich den toegang geweigerd gezien. Daar de stellingen een sterk socialistisch tintje hadden, werd door een aantal studenten heftig geprotesteerd en ze beweerden, dat de beslissing, hoewel met algemeene stemmen genomen, door politieken hartstocht was ingegeven. De candidaat was kundig, de stellingen waren Schitterend, de verdediging onberispelijk en dus de weigering ongerechtvaardigd. Er schijnt in den grond wel een politieke quaestie aan ten grondslag te hebben gelegen, maar als onze inlichtingen juist zijn, was de universitaire beslissing zeker aan den kant van het recht, en de studenten zouden voor hun verzet een verkeerd voorwendsel hebben uitgekozen.

De beweging nam weldra toe in omvang. Van de groep der ontevredenen ging ze over naar de rechtsgeleerde faculteit, van die naar andere faculteiten; van de universiteit bereikte ze andere steden en ging van het hooger onderwijs tot het middelbaar over, en daarna zelfs naar het lager onderwijs. De werkstaking werd algemeen, de studie werd stilgezet in het geheele land, en Portugal zag met schrik dat schouwspel van solidariteit, dat al heel ongewoon was, wanneer men jongens van acht jaar hoorde weigeren naar school te gaan uit overtuiging en esprit de corps en om de eischen der ouderen ingewilligd te krijgen. Ik denk, dat die lieve kleinen er niet rouwig om waren, eenige vacantiedagen te veroveren door het avontuur; enkele strenge kastijdingen, door vaderlijke handen toegebracht, zullen wel spoedig den weerstand hebben gebroken, want de werkstaking der kleinen duurde maar kort. Maar met het hooger onderwijs was het anders; bij ons vertrek duurde de werkstaking nog voort, ofschoon ze op haar eind liep, en de resultaten van het academisch jaar waren voor goed bedorven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *