1908 In Portugal

Men zou echter ongelijk hebben, als men om deze kleine revolutie, die aan enkele redenen tot ontevredenheid een einde heeft gemaakt, zich ging voorstellen, dat de studenten van Coïmbra frondeurs en opstandelingen zijn. De geest, die onder de leerlingen heerscht, is integendeel uitstekend, de jongelingschap is vlijtig en heeft de bewustheid, dat in Portugal, nog meer dan elders, het goed onderwezen zijn een verzekerde toekomst waarborgt. En als ze daarenboven jong en wat onstuimig is, als ze er van houdt, zich te ontspannen van de ernstige studie door luidruchtige feesten, waar de vroolijkheid harer twintig jaren uitraast, des te beter.

Het schijnt ook niet, dat de jaren, gesleten in de schilderachtige oude stad, bij de ouderen nare herinneringen hebben achtergelaten. Staatslieden op gewichtige posten, ernstige magistraten, officieren, ingenieurs, advocaten, allen, die wij hebben ontmoet, vatten hun herinneringen samen in het uitdrukkingsvolle woord “saudade”, dat wil zeggen “heerlijk”, met den melancholieken bij smaak van schoone dingen, die voorbij zijn. Een van hen heeft eenige jaren geleden de ervaringen van zijn jaren aan de academie geboekt in een werkje, waarin het academische leven aan de universiteit van Coïmbra de onderwerpen levert voor bekoorlijke schetsjes, verteld met veel humor en geest.

Hoe vluchtig ook de behandeling is van de geschiedenis, de organisatie, de zeden en gewoonten van de universiteit van Coïmbra, zooals wij die in het voorgaande gaven, onze lezers kunnen er toch een juister denkbeeld door krijgen van de stad, en zij zullen met meer belangstelling de verschillende gebouwen bezichtigen, waardoor ze worden rondgeleid, zoo ooit een gunstige wind hun verzeild doet raken in die bekoorlijke stad.

Als men het station van Coïmbra verlaat of de hotels, die er onmiddellijk bij zijn gelegen, is het eerste, dat de aandacht trekt, de Mondego, die geheel portugeesche rivier, portugeesch van haar bronnen tot haren mond, een onstuimig stroompje in den winter, een kabbelend water in de warme zomerdagen, onder wilgen door stroomend tusschen weelderig begroeide heuvels.

Rechts laat het groote klooster van Santa Clara de eindelooze rijen van zijn vensters zien tegen den achtergrond van den Monte da Esperanza. Daar rust in een zilveren reliquieënkast de Heilige Koningin, een voorwerp van openbare vereering. De stad ligt amphitheatersgewijs aan de linkerhand in een schilderachtige warreling van klimmende straatjes, beheerscht door den toren der universiteit, die meer dan vierhonderd jaar oud is. In de morgenuren is het in de steile straten zeer druk; men ziet oude wagens en karren met zware, knarsende wielen, langzaam door aangespannen ossen getrokken, melkvrouwen, die op het hoofd de metalen waterkannen dragen, boeren met zwarte mutsen, op kleine rosse ezeltjes gezeten, en nu en dan een student, gewikkeld in zijn langen mantel van donkere kleur.

Men stijgt en stijgt maar steeds en gaat voorbij huizen, die eens paleizen waren, tot men komt op het plaveisel vóór een zeer schoon gebouw, de oude kathedraal Se Velha. De gekanteelde muren, de contreforten, de romaansche toren geven er een indrukwekkend en streng voorkomen aan; maar het inwendige is zoo vaak onder handen genomen en hersteld en weer hersteld, dat er van de primitieve constructie van de 12de eeuw niets dan iets zeer ongelijksoortigs is overgebleven. Men doet tegenwoordig pogingen, de bedroevende veranderingen, die er in het gebouw zijn aangebracht, te niet te doen door een restauratie, die met zorg wordt geleid en uitgaat van het verstandige initiatief van den bisschop van Coïmbra. Maar hoe dan ook, de oude kathedraal is nog het indrukwekkendst type van romaansche bouwkunst, dat Portugal bezit.

De nieuwe kathedraal, waar een smalle en donkere straat heen leidt, overwelfd door een boog uit het bisschoppelijk paleis, is vooral belangwekkend door de schoone verzameling gewijde voorwerpen, die haar schatkameren vult. Het gebouw, dat gebouwd werd op het eind der 16de eeuw, om te dienen tot kapel voor het Jezuïetencollege, is tot kathedraal geworden in 1772. De gevel is niet onschoon; wat de altaren betreft, die van goud schitteren, ze zijn interessant, [268]omdat men er de architectuur uit den tijd der Renaissance uit kan leeren kennen, vanaf het zuivere en rustige begin, tot de buitensporigheden van versiering, die van slechten smaak getuigen en de periode van verval getuigen, waarvan ook de voorste kapellen der kerk blijk geven.

In de drukke straten van Coïmbra.

In de drukke straten van Coïmbra.

De schatkamer is een zaal, waarvan men ons met zware en vele sleutels de deur opent, die met ijzer is beslagen en door drie sloten wordt afgesloten; er is daar een bewonderenswaardige collectie van vazen en gewijde voorwerpen uit de 12de eeuw en ook uit volgende eeuwen, alsook een reeks kazuifels, welker met goud omboorde zijden stoffen aan het oog de harmonische tinten vertoonen van hun onvergelijkelijke borduurwerken. Deze verzameling, bestaande uit voorwerpen, die aan het kapittel hebben behoord, aan het bisdom en aan een groot aantal kloosters, is in het bezit van enkele kostbaarheden, die in de eerste musea der wereld zouden worden beschouwd als dingen van de hoogste waarde om hun zeldzaamheid of om de fijnheid der bewerking. Men kan er de zoo goed als volledige geschiedenis nagaan van de portugeesche zilverkunst vanaf de 12de eeuw.

Van de Sé Nova komt men op het Pombalplein, waarvan het noordelijke eind uitloopt op een terras, dat op het landschap een mooi uitzicht biedt; hier zijn we op universitair terrein. Het gebouw, dat men aan zijn linkerhand heeft, en waarvan de voorgevel, de dorische vestibule, de breede, vorstelijke trap inderdaad iets grootsch zijn, is opgericht door markies Pombal op de plaats van het Jezuïetencollege of dat der Elf duizend Maagden; het herbergt de faculteit der geneeskunde en die der philosophie. Het Museum voor natuurlijke historie bezit een volledige verzameling van de fauna van Portugal, mooi tentoongesteld, en ook van de koloniën; alles wordt geprepareerd in de aangrenzende zalen. Na een blik op het laboratorium voor scheikunde en het hospitaal der universiteit, dat sinds 1754 gevestigd is in de gebouwen van het College der Kunsten en van den H. Jeronimus, na een bezoek aan het bisschoppelijk paleis, een der zeldzame typen van een vorstelijke woning uit de 16de eeuw, die Portugal bezit, wenden we ons naar de universiteit. Haar gebouwen beslaan den geheelen top van den heuvel, en zijn gebouwd rondom een aardige begroeide binnenplaats.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *