1908 In Portugal

Daar is de ijzeren deur, die zooveel malen door de studenten is gepasseerd, de prachtige bibliotheek met de luisterrijk versierde zalen, waar meer dan 150 000 boekdeelen zijn bijeengebracht; daar heeft men de zalen voor de verschillende cursussen van de faculteiten, de zaal der plechtige samenkomsten, de kapel, waar de professoren den eed afleggen en hun belijdenis doen van het katholieke geloof, naar de formule, voorgeschreven door paus Pius IV in 1564, de karakteristieke toren, die de stad beheerscht, en die onder zijn klokken ook de beroemde klok heeft, die de Cabra of Geit wordt genoemd; daar is eindelijk het observatorium voor sterrenkunde met de mysterieuse instrumenten, die zoo ingewikkeld en samengesteld zijn. Daar moet men komen, om zich van de ligging van Coïmbra rekenschap te geven, daar moet men zijn oogen te gast laten gaan aan het droomschoone tooneel. Rechts stijgen de kronkelende straten der stad tegen den heuvel op; weelderige tuinen loopen naar beneden naar de Mondego met haar heerlijke oevers, aan den horizon bieden de hoogten van den Serra de Lavrao, wiens sierlijke golvingen in de verte verdwijnen, aan het verrukte oog hun met lenteweelde bedekte hellingen aan.

Als men naar beneden afdaalt, heeft de Botanische Tuin in de schaduw van zijn planten een uurtje van aangename ontspanning te bieden. Men kan dan, de stad rondgaand door de nieuwe wijken, zich naar de kerk van het Heilige Kruis begeven; de merkwaardige preekstoel, de monumentale graven, de sacristie en het dichterlijke klooster van het Zwijgen zijn belangwekkende specimina van den gothischen stijl en van dien der Renaissance. Deze kerk behoorde bij het oude klooster van het Sainte-Croix, waarvan de priors, zooals we reeds zeiden, gedurende drie eeuwen kanseliers der universiteit waren. De gebouwen van [269]het klooster worden niet meer gebruikt en zijn ten deele in beslag genomen door het Raadhuis; een bezoek eraan geeft niet veel belangrijks te zien.

Wat de Liefdebron aangaat, die bekleed werd door de verbeelding en door de volkspoëzie met de droefgeestige herinnering aan Ines de Castro, dat is een bekoorlijk doel voor een wandeling. Men gaat de Mondego over langs een brug, van waar het gezicht op Coïmbra prachtig is, dan voorbij de ruïnen van het oude klooster van Santa Clara, waarboven gedurende drie eeuwen de herinnering zweefde aan Elisabeth de heilige, en vervolgens bereikt men langs een schaduwrijken weg de Quinta das Lagrimas, een tuin, waar de geurige oranjeboomen, met gouden appelen beladen, bloeien en waar de beroemde fontein springt met het lustig klaterende en heldere water. Op een gedenksteen gegrift, vertellen de verzen van Camoëns de tragische gebeurtenis van de liefde der schoone Ines en den trouwen Dom Pedro.

Zoo is die stad Coïmbra nog altijd het middelpunt voor letteren, wetenschap en kunst voor geheel Portugal; de intellectueele beschaving wordt er gekoesterd met jaloersche zorg door een keurbende van professoren, die het onderwijs als een heilige zaak beschouwen; de artistieke cultuur bloeit er, dank zij een school, waar al sinds veertig jaren het onderwijs gratis wordt gegeven door den beroemden professor Gonsalver, wiens leerlingen merkwaardig werk voortbrengen. Terwijl de trein ons door een lachende landstreek naar den voet der hoogte van Bussaco voert, groeten wij Coïmbra, dat een aangename herinnering bij ons zal laten; en nu de afstand toeneemt, voelen wij, hoeveel sympathie en belangstelling deze curieuse oude stad bij ons heeft gewekt.

Bussaco heeft de bekoring van de schaduwrijke dreven, de groote bosschen, de rijke verscheidenheid van tinten, de eenzame bosschages, alles, wat tot de poëzie van een woudrijke streek behoort. Van Coïmbra bereikt men de plaats over Pampilhosa en Luso, als men per spoor gaat, maar het is verkieselijk, er in een rijtuig zich heen te begeven, want het ritje is heerlijk. Van het station naar het dorp Luso, dat in de buurt ligt, stijgt de schaduwrijke weg, die de viaduct van den spoorweg links laat liggen, in het dal omhoog, en op dezen schoonen dag is de koelte van het gebladerte des te begeerlijker, [75]omdat de zon met kracht en felheid brandt. Het dennenbosch, dat men niet verlaat vanaf Pampilhosa heeft nu plaats gemaakt voor platanen, en te midden van rhododendrons en rozen komt te Luso het rijtuig aan. Sierlijke villa’s liggen aan den weg, met mooie bloemperken ervoor, en dan splitst zich de weg in tweeën.

Het Bussaco-paleis.

Het Bussaco-paleis.

De linksche, de kortste, gaat naar Bussaco door dicht bosch. Het is een laan als in een park, uitstekend onderhouden, ook al omdat de automobiel van de koninklijke familie er dagelijks of althans dikwijls langs gaat. De weg kronkelt zich tegen den berg op onder reusachtige ceders; men is erop aangewezen, als men per rijtuig het hotel wil bereiken. Maar de voetganger doet beter rechts in te slaan, waar de weg het bosch op zij laat liggen en als corniche omhoog gaat langs en boven het dal op aanzienlijke hoogte, met bij elke bocht de schitterendste uitzichten. Men komt weldra bij een kleine vlakte, waar de muur uitkomt, die het “heilige woud” insluit. Onder dien naam is inderdaad het bosch bekend, dat toebehoorde aan het oude klooster der Carmelieters van Bussaco, zonder twijfel om de zeer strenge bepalingen, die het moesten beschermen tegen beschadiging; een bul van paus Urbanus VIII zou zelfs den ban hebben opgelegd aan ieder, die er iets zou hebben vernield. Misschien was dat al te streng, maar als de maatregel tot resultaat heeft gehad, dezen prachtigen plantengroei te redden en voor ons intact te bewaren, moet men er niet rouwig om wezen.

Een deur, die altijd openstaat, geeft toegang tot het omheinde, en het voetpad, dat we inslaan, stijgt onder heerlijk loover. We komen in een echt maagdelijk woud; de eiken, de platanen, vooral de prachtige ceders strengelen hun takken dooreen, de palmen groeien overal mild en de boomvarens houden de stralen van de zon tegen door het fijne kantwerk [270]van hun bladeren, terwijl aanhoudend vogelengekweel en luid kabbelende beekjes de bekoring van het landschap verhoogen. Het loopje heeft ons te kort geschenen, als het pad uitkomt bij een helderen vijver, waar een bron in uitmondt, een fonte fria, en waar in watervallen zich een beek in neerstort, komend van de hoogten. Een dubbele trap met groen uitgeslagen treden leidt aan elken kant der beek naar het hotel Bussaco.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *