1908 In Portugal

Maar in ieder geval moet ik erkennen dat hij uitgezocht is, en dat op een afstand gezien, als eenmaal de digestie is afgeloopen en het brein weer opgefrischt is, de herinnering er aan een heerlijke blijft, als aan een geurig misbruik, waaraan men ten slotte het grootste en natuurlijkste genoegen heeft gehad.

Te Oporto beproeft men champagne te bereiden, of ten minste de portwijnen te versnijden tot iets als champagne. De uitkomst is tot hier toe niet zeer schitterend, omdat de verkregen wijnen niet licht genoeg zijn, en een zware en sterke champagne is onzin.

Nadat men het Paiz do Vinho door is, verlaat de spoorlijn de Douro en bereikt Oporto langs Renafiel, door een golvend landschap, dat goed bebouwd is, maar er eentonig uitziet na het lange en bekoorlijke dal.

Porto of Oporto (o Porto, de haven) is met zijn bijna 200.000 inwoners de tweede stad van Portugal en de naijverige mededingster van Lissabon. Daarvoor zijn redenen en voorwendselen genoeg te vinden. Vooreerst is Oporto een stad, die werkt en voortbrengt, dat is niet te ontkennen, en nu zegt men er, dat te Lissabon het geld verkwist wordt, gewonnen in Oporto. Oporto is uit ieder oogpunt een belangrijk middelpunt en het beklaagt zich, dat het niet een daaraan evenredige plaats in de regeering des lands bekleedt. Lissabon bezit een uitmuntende haven, terwijl Oporto er over ontevreden is, dat het niet anders heeft dan zijn Douro, verbazend schilderachtig, maar bochtig, ondiep en moeilijk toegankelijk. In het kort kan men zeggen, dat terecht of ten onrechte Oporto de houding aanneemt van een jongeren broeder, die zijn ouderen broer critiseert en maar kwalijk zijn wensch kan verbergen, om des ouderen plaats in te nemen. [273]

Karren te Oporto, door sterk gehoornde ossen getrokken.

Karren te Oporto, door sterk gehoornde ossen getrokken.

Ofschoon in het Noorden van Portugal gelegen, is Oporto als ons Zuiden, warm van temperament en meer revolutionnair, en als ooit het oproer uitbreekt, zal men eens kunnen zien, waartoe een noordelijk Zuiden in staat is. In dien tusschentijd vreest Oporto het oproer niet, en de republiek wordt er zoowat alle tien jaren uitgeroepen. Als de poging is spaak geloopen, heeft men ten minste de gelegenheid behouden, om weer opnieuw te beginnen. Als men denkt, dat het ooit gelukken zal, moeten alle ministers, alle prefecten, alle gouverneurs uit Oporto zijn, of Oporto zal weer tot opstanden besluiten ten gunste van de monarchie.

Met een enkel woord noemt men dat de oppositie voeren; welnu Porto is in de oppositie. Tot hoever die oppositie gerechtvaardigd is, daarover kan een vreemdeling moeilijk oordeelen. Het schijnt wel, dat Oporto een weinig te ver is gegaan in de laatste manifestatie tegen den President van den Raad, den heer Franco.

Ja, het parlementarisme werkt niet goed in Portugal; de dictatuur is inderdaad de tegenwoordige regeeringsvorm; men kan daarover spreken en betoogen en zich beklagen, maar de Portugeezen moesten op prijs stellen, dat er een energiek man aan het hoofd der zaken staat, die vast is van wil en wiens werk, evenals zijn minachting voor den tegenstand, dien hij uitlokt, hun een opstand kan besparen. Eén goed chirurg doet beter zijn werk dan driehonderd dokters, als hij met vaste hand optreedt en eerlijk is. Het besluit omtrent de ophooping van inkomens door onvervulde betrekkingen, is een eerste goede pil voor de kwalen van den staat.

Maar wij moeten afwachten; aan de vruchten zal men den boom herkennen.2 En de vreemdeling, die een slecht rechter is, heeft zich te bepalen tot toekijken en aanzien. Voor ons is het beter, ons tot het landschap te beperken, dat rondom Oporto prachtig is.

Er is misschien nergens in Europa een schooner panorama dan van de brug van Dom Luiz op den waterval van huizen en paleizen, die van den top der bergen naar de Douro rolt. De bochten der rivier, die om de vooruitspringende deelen der stad zich heen buigen en een natuurlijke haven voor de stad vormen, bieden de grootste verscheidenheid aan; ieder oogenblik heeft men weer een ander gezicht.

De uitzichttorens zijn overvloedig, om van al de schoone gezichten op Oporto te genieten; vooreerst de brug, van waar men stroomop en stroomaf ver kan zien en waar men zestig meter onder zich de zeilschepen en de wijnbooten kan zien voorbijvaren; dan het Kristallen Paleis, een soort van tentoonstellingsgebouw, waarbij een park met beroemde uitzichten; de toren des Clerigos eindelijk, een slanke, stoute klokketoren, waarvan men op het terras over alles heen kan kijken en een feeëriek schouwspel heeft, waarbij ook de oceaan zijn rol in het panorama op zich heeft genomen.

Natuurlijk is Oporto, dat op verscheiden heuvels is gebouwd, in het bezit van juist zulke klimmende en dalende straten als Lissabon; maar de oude wijken, die hier nooit door een aardbeving zijn verwoest, hebben iets meer karakteristieks. Men heeft er smalle, bochtige, hellende en donkere straatjes; winkels, zoo zwart, dat ze op rooversholen lijken; antidiluviaansche [274]plaveisels, geheimzinnige doorgangen, lompen, die buiten hangen, en in het kort al, wat er bij een volkrijke buurt in een oude, groote stad behoort.

De betere wijken, zooals het Dom Pedroplein, middelpunt voor het verkeer, de San Antoniostraat, de Dos Clerigosstraat of de straat Santa Catharina zijn even druk als te Lissabon, met een meer eigen, plaatselijk karakter. De huizen, die bijna alle balkons en erkers hebben, zijn van uiteenloopende typen en vertoonen niet dat rechtlijnige in de plaatsing, dat de nieuwe wijken van de hoofdstad iets eentonigs geeft. Ook de menigte menschen op straat is er origineeler. Zoo loopen er alle vrouwen, en niet enkel de arme, blootsvoets; enkele dragen kleine houten muiltjes, waar de voet even uit te voorschijn komt en die aardig op het plaveisel klapperen. Op de groote feestdagen, als de klokken luiden, worden de mooie spullen omgehangen en den volke vertoond, en dan dragen de vrouwen op de borst, die in zijde is gestoken, enorme harten en kruisen van filigraangoud, waar de vrouwen van Minho en Douro dolveel van houden en die ze soms in heele kluwens aan hebben. Er zijn er, die ter waarde van 200 000 reis, dat is voor vijfhonderd hollandsche guldens aan zich dragen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *