1908 In Portugal

Andere weelde! De kerk van den H. Franciscus, die dicht in de buurt is, met haar vieil or, haar prachtig uitgesneden altaarbladen en allerlei andere antiquiteiten, is op andere manier indrukwekkend. Zij is een wondermooi symbool van de ornamentale weelde, die de Portugeezen van ouds in hun kerken wisten ten toon te spreiden, zonder dat de goede smaak er door werd beleedigd, zonder tot de uitersten van kleur te vervallen, die in onze dagen zoo dikwijls de harmonie verstoren.

In de Das Floresstraat, de straat der juweliers, die de groote gouden harten verkoopen en de zware filigraankruisen, is de kerk Nossa Senhora da Misericordia, waar de sacristie een schilderij bevat, de Levensbron, dat zonder bewijs wordt toegeschreven aan Grao Vasco, den beroemdsten der oude portugeesche schilders.

Men heeft dezen kunstenaar op één lijn willen stellen met de gebroeders Van Eyck en Van der Weide. De authentieke schilderijen van zijn hand kunnen daarop het beste antwoord geven. Oudtijds, even goed als heden, hebben de portugeesche schilders de teekening te zeer verwaarloosd, dan dat zij op gelijken voet kunnen worden behandeld met de groote meesters, vooral met die uit de hollandsche school. Er is altijd bij hen iets onvoltooids, iets verwaarloosds, dat hun kracht van vinding benadeelt. Het lissabonsche museum geeft, wat de ouden betreft, en de versiering der Armeria voor die van heden, op dit punt bewijzen genoeg aan de hand. De officiëele portretten zijn van een flauwe en karakterlooze teekening, tenminste als men enkele weinige uitzondert, bijvoorbeeld dat van Dom Carlos van Souza Pinto, dat in het raadhuis te Oporto hangt.

De beeldhouwkunst komt wat beter voor den dag; maar het onderwerp zou ons te ver voeren. Laat ons alleen zeggen, dat de Portugees uitmunt in caricaturen, waarbij hij veel geest toont met een volmaaktheid van teekening, dat men er zich over verbaast die alleen in dat genre te vinden.

Langs de zee, tot op twee of drie mijlen van Oporto, vindt men een alleraardigst stadsgedeelte. Men kan er het schouwspel van de wijde zee genieten, die in schuim uiteenspat tegen de klippen. Van San Joao de Foz, aan de monding der Douro, tot Matosinhos is de weg, waar een tram langs rijdt, bezet met prachtige villa’s, waar badgasten wonen, zoodra maar de zomer in het land komt. Een bosch, dat zich er achter uitstrekt, geeft gelegenheid voor mooie wandelingen.

Aan het eind van die badplaats heeft men de haven van Leixoes aangelegd, een groot, kunstmatig bekken, ingesloten door twee pieren, waar de groote stoombooten aanleggen, die te veel diepgang hebben, om de rivier te kunnen invaren. De inrichting van die nieuwe haven wordt van dag tot dag verbeterd; er is bijvoorbeeld een inrichting tot ontsmetting ten gebruike van de passagiers, die uit warme landen komen, alles in de uiterste perfectie.

Niet heel ver van daar heeft het toeval ons tegenwoordig doen zijn bij het feest van Nossa Senhora da Hora, Onze Lieve Vrouwe van het uur. Dat uur is de verlossing voor jonge moeders. Die komen er vóór en na dien tijd bidden en danken. Het is er altijd vol van vrouwelijke pelgrims. De kleine kerk in het open veld schittert van het licht der kaarsen, door de vrouwen geofferd, door haar, die nog moeder moeten worden en door de slanke schoonen, die het uur reeds hebben doorgemaakt. Buiten zijn tenten van zeildoek, waar gedronken kan worden en waar kleine voorwerpjes van aardewerk worden verkocht, en eetwaren, vooral moten visch, die uit het heete vet worden gehaald. Zoowel geloovigen als ongeloovigen eten daar met den grootsten smaak hun visch, en als dan het uur heeft geslagen, namelijk het uur van vertrek, stort men zich op de trams, die midden door de feestdrukte rijden met een haast, waar onze metro eenig denkbeeld van geeft, als het kermis is te Neuilly. [276]

Laat ons Oporto vaarwel zeggen met de mededeeling, dat de hotels er uitmuntend zijn, met uitzondering natuurlijk weer van de bedden, die door niets verzacht worden.

Als men den tocht naar het Noorden voortzet, door de provincie Minho, is men wel echt in den tuin van Portugal, buiten aanmerking gelaten, dat eigenlijk geheel Portugal een tuin is. Denk u het rijkste en groenste deel van Normandië, de fluweeligste weiden, de liefelijkste dalen, de weelderigste landbouwgewassen, de helderste stroomende wateren, en ge hebt een voorstelling van dit verrukkelijke land.

Zelfs de wijnstok, die elders een eentonig gezicht oplevert, is hier een element van eenvoudige versiering in virgiliaanschen trant. Boomen van allerlei soort staan langs de wegen, overschaduwen de melkerijen en wekken de verbazing over hun overvloedig gebladerte. Als men dan nader treedt, ziet men, dat de stam dubbel is, en dat een dikke wijnstok opklimt tegen den boom tot in de hoogste takken en er zich vasthecht. De bladeren mengelen zich in die mate door een, dat men niet kan zeggen, of een olm of een plataan misschien druiventrossen voortbrengt, dan of mogelijk de wijnstok zich tooit met olmen- of plataanbladeren.

Om het genot der reis nog te verhoogen, zijn de spoorwegwaggons in het Noorden gemakkelijk tot verfijning toe; de stations liggen in boschjes en zijn uiterst zindelijk naar portugeeschen trant. De kleur zelfs, waarnaar onze oogen van Latijnen zoo graag zoeken, is niet afwezig; daar zorgen de boeren voor. Allen hebben in de hand een soort van zak, die naar de behoefte meer of minder groot is, maar die altijd vervaardigd wordt van een kleurige stof, zoodat de menigten op de stationsperrons er niet zoo donker uitzien, zoo vuil en zoo weinig aantrekkelijk als op de meeste andere plaatsen. De een heeft een rooden zak, de ander een heldergelen, of een met oranje strepen of purperen lijnen, of wel met ruiten van een verblindend groen, waardoor een amusante bontheid ontstaat.

De strenge kathedraal van Braga.

De strenge kathedraal van Braga.

Als men eenmaal Santo Tirzo voorbij is, beroemd om zijn mooie vrouwen en zijn sieradiën, verandert het landschap. Er gaapt een kloof, waar een bergstroom in gromt; de zeer steile hellingen bestaan uit rotsblokken van graniet, waar dennen tusschen groeien; daarna wordt de kloof weer een ruim dal; de weg slingert zich door bosch, en men houdt stil bij Guimaraes.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *