1908 In Portugal

Dat is een heel oude stad, waarboven de ruïnen oprijzen van het kasteel, waar Alphonsus, de eerste koning van Portugal werd geboren, de half fransche vorst, zoon van Hendrik van Bourgondië. Maar even goed als een stad uit de geschiedenis is het ook een stad, waar de legende zich mee heeft bemoeid. Was het niet hier, op dezelfde plek, waar de kerk van Nossa Senhora da Oliveira staat, dat de Westgoth Wamba er slechts in wilde toestemmen, de kroon aan te nemen, die hem werd aangeboden, als zijn wandelstok wortel zou schieten en zich met bladeren zou tooien? De ouden hebben dien nog gezien, den eerwaardigen ouden stok van olijvenhout binnen zijn rasterwerkje. Door onze twijfelzucht afgemaakt, is de wonderstok al lang verdwenen.

Te Guimaraes geeft alles den indruk van exotisme en oudheid. De vensters der huizen, die breed zijn en kunnen opschuiven, schijnen uit een hollandsche of engelsche stad afkomstig, terwijl het klooster van Santo Domingo een menigte oude beeldhouwwerken bevat, niet enkel romeinsche maar iberische, dus zoo oud, dat men er geen datum aan durft geven, en afkomstig uit Citania, waarvan de overblijfselen nog te vinden zijn op enkele mijlen afstands van Guimaraes. Men moet flink klimmen om er te komen, over geitenpaden, maar men wordt rijkelijk beloond voor zijn moeite. Vooreerst vindt men er niemand, want de Cook’s toeristen hebben een supreme minachting voor zulke afgelegen plaatsen; verder ziet men de heele provincie vóór zich liggen, in tien opeenvolgende plannen van bergen en dalen, waar al het blauw, waarover de schepping beschikt, in zijn verschillende tinten is vertegenwoordigd, vermengd met het teederste groen, dat men zich maar denken kan. De verspreide dorpen zijn niet te tellen in de dalen, die tot Penafiel op elkaar volgen, welke plaats men op twaalf mijlen afstands in een gaping ziet liggen.

Wat de ruïnen betreft, die zijn merkwaardig, maar niet uitgestrekt; het zijn muren in een vierkant of in een kring, nauwelijks boven den grond uitkomend en dan op de punt van de landtong de aanwijzing van kleine huizen en straten, nog herkenbaar aan het [277]plaveisel. Geen enkel spoor van paleizen of belangrijke gebouwen; het weinige, dat aan kunst deed denken en dat men heeft kunnen vinden, is naar Guimaraes gebracht. Zeker waren de Iberiërs, die dit dorp hebben aangelegd, nog halve wilden, om er niet meer van te zeggen. Maar ze wisten in ieder geval wel een mooi plekje te kiezen.

De kerk van Batalha

De kerk van Batalha

Bij het naar beneden gaan hoorde ik een vreemd geluid, en ik bespeurde, dat het uit een kerkje kwam aan den voet van Citania. Het was Hemelsvaartsdag; het dorp was naar de mis, en ik trad binnen. Van mijn leven zal ik dat orkest niet vergeten, dat bestond uit een viool, een trombone en een clarinet. Het maakte een geweld van belang en was verschrikkelijk valsch, en het was bepaald een wonder, hoe zoo weinig instrumenten zoo oorverdoovend konden werken, dat de geloovigen, die uit volle borst zongen, er niet boven uit konden schreeuwen. Het was tegelijk helsch en naïef en belachelijk; maar de overtuiging en de ijver van die brave menschen maakten alles goed.

De mannen zaten vooraan bij het koor, en de vrouwen in een samengedrongen massa vulden de overige gedeelten van de kerk en lieten op den rug gezien haar hoofden bewonderen, gehuld in een eenvoudigen doek, in tweeën gevouwen en onder de kin vastgebonden. Nu waren die hoofddoeken ook een orkest, maar van warme en afwisselende tinten, waardoor men de cacophonie van het andere vergat. Voor het overige gaven alle aanwezigen de blijken van het vroomst geloof en ze bleven knielen op de steenen gedurende de geheele mis.

Bij de deur van de kerk stapte ik weer in het rijtuig en in een uur was ik te Braga, na gereden te hebben door het bescheiden zwavelbadplaatsje Caldas de Taïpas.

Het schoone klooster van Belem.

Het schoone klooster van Belem.

Braga is alweer een oude en eerbiedwaardige stad, de deken der steden van het koninkrijk in godsdienstige, politieke en sociale beteekenis. In de donkere kathedraal rust onze Hendrik van Bourgondië, waardoor tusschen de Portugeezen en ons nog een [278]soort van neefschap bestaat. De aartsbisschop van Braga is primaat van Portugal en beweert het te zijn van het geheele iberische schiereiland, in spijt van Toledo, dat aan Braga het eigendomsrecht op den H. Johannes betwist, die de stichter moet geweest zijn van de beide bisdommen. De Spanjaarden hebben aan Braga het primaat-generaal toegekend, toen zij over Portugal heerschten, maar, eenmaal uit het land verdreven, kwamen ze op dat besluit terug en brachten op Toledo het primaat-generaal over, dat maar tijdelijk aan Braga heette geschonken te zijn. Tegenwoordig zijn er twee primaten, en niemand is jaloersch.

Braga was herhaaldelijk de hoofdstad; eerst in den nacht der tijden, daarna aan het begin der monarchie. Het is thans een welvarend, levendig stadje, waar men veel doet aan het bewerken van edelgesteenten, en waar de bevolking bijzonder vlijtig en vriendelijk is. De straten en de huizen hebben er hetzelfde noordelijke voorkomen als te Guimaraes, hetgeen verklaard wordt door de drukke aanraking met Holland in het verleden, in den tijd der reizen en der groote krachtsuitoefening van de vloot.

In Portugal is het in het Noorden en in het Zuiden al even heerlijk in de openbare tuinen; men ziet slechts bloemen en frisch groen, met die aardige manier, om overal klimplanten tegen de boomen te laten opklimmen, vooral veel rozen. Er zijn rozenpriëelen, randen van rozen en tot lanen van rozen, want de palmboomen worden overal omstrengeld tot in de hooge kronen door de edelste der bloemenkoninginnen.

Aan den Jardin Public van Braga komen de vensters uit van het voornaamste hôtel der stad. Er zouden openbare bals in de vertrekken kunnen worden gegeven, zoo ruim zijn ze. De behandeling is er uitstekend; er wordt lekker gegeten; maar aan deze kleine reclame moet een waarschuwing worden toegevoegd, namelijk aan de lusitanische hôteliers, dat ze zich eraan moeten gewennen de tarieven van de koetsiers, die in de buurt de bezoekers rondrijden, te kennen en eenvoudig op te geven; laat men ze desnoods in de vestibule ophangen. Op die manier zullen ze niet den schijn op zich laden, van door lange samensprekingen, als ze eenvoudig hebben te antwoorden, den prijs te laten afhangen van het voorkomen der gasten, hetgeen altijd een onpleizierigen indruk maakt. De maatregel zou buitendien heel natuurlijk wezen, daar de prijzen over het algemeen in Braga niet te hoog zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *