1908 In Portugal

Zou er ook niet iets op gevonden kunnen worden, dat men aan tafel een servet kreeg, die wat grooter was, en vorken en lepels, die ook wat minder microscopisch waren en dan ook nog suiker anders dan in poedervorm? Men krijgt geen stukje suiker te zien in Portugal, en lieve hemel, er zijn soms verbazende hoeveelheden suiker noodig, om een kop koffie zoet te maken.

De klassieke wandeling van Braga is de Bom Jezus, een soort van pelgrimstocht naar een kerk op een hoogte, een kleine mijl van de stad verwijderd. De weg erheen is als een pad uit een sprookje, een reeks van steenen treden, die twintigmaal in het rond loopen tusschen veel hekken en leuningen en balustrades en zuilen en die een wonderlijk boeiend effect bereiken.

Het koele water ruischt aan alle kanten tot rondom de zuilen, in welker binnenste het is opgevangen, om weer naar buiten te komen door gootjes. Bij elke schutting is er een koepeltje, waarin men met levensgroote beelden een tooneel uit het lijden van Jezus heeft voorgesteld. De muren van de gebouwtjes zijn beschilderd; echte planten groeien hier en daar, en zelfs heeft men in sommige van die nagemaakte landschappen bronnen aangebracht, die echt vloeien. Enkele der beelden hebben een merkwaardige uitdrukking; maar de meeste zijn van een gekunsteldheid, die ruw aandoet, zonder nog te spreken van de nieuwe kleuren, die het effect bederven.

Een andere mooie, maar zeer lange wandeling, die men van Braga uit kan doen, is die naar Caldas de Gerez, een badplaats op tien mijlen afstands in het gebergte, op de spaansche grens. Men gaat er heen ondanks de verre reis, want behalve de geneeskracht van het water heeft de plaats het voordeel, dat het dal diep en schoon is, te vergelijken met wat het allerbest is in onze Vogezen en onzen Jura. En daarginds klaagt men niet over de lengte van den weg, die een element is van oefening en vroolijkheid. Zoo komen in Juli de boeren uit Spanje naar Gerez en leggen de 22 kilometer al dansend af. Zooals zich laat denken, is het geen water, dat ze bij aankomst drinken.

Daarna keeren wij naar Braga terug, om Vianna de Castello te bereiken, een klein bekoorlijk havenstadje, beheerscht door een groenen berg, waar de Portugeezen, waardige zonen der Iberiërs, een hôtel hebben neergezet te midden der bosschen en met uitzicht op den Oceaan.

In het oude Lusitanië bestaat er naast het heldendicht van Camoëns een ander episch groot gedicht, dat de geschiedenis van het land in steen heeft geschreven, dat is de historie van Portugals kloosters, Alcobaça, Batalha, Thomar en Belem. Over het klooster van Batalha heeft de vicomte Jean de Condeixa een studie nagelaten, die ons de gelegenheid geeft aan zijn hand iets van dat klooster te vertellen.

Een andere Portugees, de heer Vieira Guimaraes, heeft een geschiedenis geboekt van de orde der Jezuïeten, tevens een lofspraak voor het klooster van Thomar. Sommige monumenten hebben de eer gehad, aanleiding te zijn geweest tot monographieën, die dikwijls te kort en te vluchtig zijn; van andere zijn slechts enkele steenen overgebleven, zooals die van Cellas, die nu in het museum te Coïmbra worden bewaard.

Het is te hopen, dat het volk en de regeering met groote zorg ervoor waken, dat die oude dingen bewaard blijven. Cellas is gesloopt; anderen kunnen verdwijnen, en het moet gezegd, tegelijk met de geschiedenis verdwijnt er in zoo’n geval ook rijkdom. Als ooit het land mocht beven onder politieke woelingen, die elders zooveel wonden hebben geslagen, zouden er redders moeten opstaan, die in stand hielden wat behouden bleef en het wilden redden zoo niet van den hamer des sloopers, dan toch voor vergetelheid en onverschilligheid, die even erg zijn.

Bij zulk een onderwerp als de kloosters van Portugal [279]moet men wel geschiedenis geven, en om te beginnen gaan wij naar Alcobaça, waar we ons haast onder landgenooten voelen.

De stichting dier abdij is zoo goed als het begin van Portugal.

In de elfde eeuw was de graaf van Portus Calle of Oporto afhankelijk van het koninkrijk Castilië. De strijd tegen de Mooren woedde toen hevig, en werd gevoerd als een soort van kruistocht, waaraan men van overal kwam deelnemen. Toen kwam tegen het eind dier eeuw een fransch vorst, Hendrik, vierde zoon van den hertog Robert van Bourgondië, kleinzoon van den franschen koning en achterkleinzoon van Hugo Capet, zijn diensten aanbieden tegen de ongeloovigen. Hij werd goed ontvangen en het aanbod werd aangenomen, en hij was zoo dapper en zoo gelukkig in dien strijd, dat Alphonsus VI van Castilië hem uit dankbaarheid de hand schonk van zijn dochter Theresa en het graafschap Porto-Calle.

Hendrik van Bourgondië nam onmiddellijk bezit van zijn domein en vestigde zich op het kasteel van Guimaraes, waar een zoon werd geboren in 1110. Deze, Alphonsus, was de held van Ourique en de eerate koning van Portugal.

Wij hebben elders gesproken over de zegepraal en over den overwinnaar, die gekozen werd of zichzelven liet uitroepen tot koning van de nieuwe verovering. Het ging echter niet gemakkelijk. Vooreerst is de beroemde bijeenkomst te Lamego, waar hij tot koning zou zijn uitgeroepen, onder sterke verdenking van een legende te wezen, waaruit volgt, dat de kroning door den aartsbisschop van Braga met de kroon der Westgothen op zijn minst problematiek wordt.

In elk geval moet men bedenken, dat de koning van Castilië, welke verplichting hij ook moge gehad hebben tegenover den vader van Alphonsus, de verheffing van zijn vazal met leede oogen aanzag. Er rezen moeilijkheden, protesten, bedreigingen. Toen herinnerde Alphonsus, die uit kinderlijken eerbied den bijnaam van Henriquez had aangenomen, zich, dat hij aan de Bourgondiërs verwant was. Hij liet den grooten abt Bernard van Clairvaux zelven voor zich optreden, en deze wist van den paus gedaan te krijgen, dat het nieuwe koninkrijk erkend werd, en van toen af protesteerde niemand meer.

Daaruit volgde, dat Alphonsus I Henriquez, koning van Portugal, slechts wisselde van suzerein, maar zijn nieuwe heer was gemakkelijker te dienen dan den eerste. Inderdaad moest hij enkel jaarlijks een schatting van vijftig goudstukken storten aan de abdij van Clairvaux.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *