1908 In Portugal

Boeren en boerinnen uit Estramadura.

Boeren en boerinnen uit Estramadura.

De haven van Lissabon, waarvan de ligging uit het oogpunt van schilderachtigheid zoo opmerkelijk is, is de ruimste haven van Europa. De reede, door de monding van de Taag gemaakt, levert veel overeenkomst op met de fransche haven van Brest; Almada en Barreiro doen denken aan Roscanvel en Lanvéoc, en de Barra Grande tusschen Lissabon en Olivas herinnert aan de Goulet. Dat kanaal, dat meer op een zeearm gelijkt dan op een rivier, biedt voor schepen van allerlei diepgang een prachtigen toegangsweg tot de haven; de diepte is veertig meter in het midden, en is nergens beneden de tien meter bij den laagsten waterstand. Wat de baai van Lissabon aangaat, die 30 kilometer lang is en 12 kilometer breed, dat is zeker de wijdste haven der wereld.

Als men bedenkt, dat Lissabon dat punt van Europa is, dat het dichtst bij de westkust van Afrika is en bij het amerikaansche vasteland; dat die haven is gelegen op den weg van Indië en China; dat de oude natuurlijke schuilhaven sinds vele jaren plaats heeft gemaakt voor een moderne haven, voorzien van de beste maritieme inrichtingen, muren en kaden, die in elk seizoen en alle zeeën toegankelijk zijn voor schepen van elke tonnen maat, en dat over een lengte van meer dan vier kilometer; dat er dokken zijn, waarvan één 180 meter lang is en 25 meter breed, reparatie-inrichtingen, hydraulische kranen van 40 ton, drijvend dok en voortreffelijke entrepôts, sporen, die alle kaden verbinden met de lijnen van de Koninklijke Spoorwegmaatschappij, kan men zich bijna niet verklaren, dat die buitengewoon gunstige omstandigheden niet beter benut worden ten behoeve van den handel, en dat Portugal den vreemdeling het meeste voordeel ervan overlaat. Het moet zeer luid gezegd worden, de haven van Lissabon zou tot een schitterende toekomst geroepen kunnen zijn. Laat ons hopen, dat het staatsbestuur, dat voor de exploitatie nu het fransche huis Hersent opvolgt, dat tot heden concessionaris was, met voorzichtigheid, zuinigheid, orde en verstand van zaken de belangen der haven zal behartigen, eigenschappen, zonder welke noodzakelijk elke industriëele onderneming mislukken moet.

De aanwas der beweging in de haven van Lissabon is langzaam maar geregeld geweest sedert twintig jaren. Zij vertegenwoordigt jaarlijks 3 300 000 tonnen; ook het reizigersverkeer is steeds toegenomen; het grootste contingent wordt geleverd door de lijnen op Zuid-Amerika. Sinds de Zuid-express dagelijks rijdt tusschen Lissabon en Parijs, blijkt het meer en meer, dat die lijn bepaald is aangewezen voor het snelle vervoer.

In den zeehandel bekleeden wij, Franschen, ver van de eerste plaats, en het doet weemoedig aan, om in een land, waar de fransche denkbeelden altijd [66]ingang vonden, waar onze invloed in allerlei dingen zich openbaart, waar de sympathie ons nooit wordt onthouden, om daar op te merken, hoe door gebrek aan initiatief, door een te dikwijls ongerechtvaardigd wantrouwen en een sleur, waar de mededingende volken van profiteeren, wij ons hebben laten voorbijstreven. Een lid van het bestuur der haven van Lissabon deelde ons mee, wat hoogst belangrijk was, vooral omdat een Franschman het ons zeide, dat een van onze fransche groote stoombootmaatschappijen, wier schepen geregeld de haven van Lissabon aandoen, stelselmatig en bij verscheiden gelegenheden weigerde, coli’s mee te nemen bestemd voor havens, die zij bedient, onder voorwendsel dat zij geen tijd heeft te verliezen voor zoo weinig vracht. De koopwaren, die haast hebben, hoopen zich op de kaden op en nemen van dag tot dag toe tot op den dag dat het een of ander engelsche schip of een duitsch, die beide minder kieskeurig zijn, er hun voordeel mee doen.

Hierbij moet nog worden opgemerkt, dat er te Lissabon een Kamer van Koophandel is, die voor onze reeders en kooplieden steeds de uitvoerigste en nauwkeurigste inlichtingen beschikbaar heeft; maar wij verzuimen, daar gebruik van te maken, terwijl anderen er voordeel van weten te trekken en onze landgenooten dag aan dag klagen over dwalingen en vergissingen, die den achteruitgang der fransche zaken bespoedigen.

Aan vischvangst wordt in Portugal veel gedaan. Volgens de laatste statistieken houdt zij meer dan 40 000 visschers bezig, beschikt over meer dan 6000 visschersschepen, en de opbrengst gaat de 20 millioen te boven. De rivieren en de kusten zijn zeer vischrijk; sardines worden langs de geheele kust gevangen, en de tonijn op de kust van Algarvië. De bloei van de vischvangst gaat den koning zeer ter harte.

Overigens beteekent de nijverheid niet veel in Portugal; de textielindustrie en de mijnbouw komen nog het eerst in aanmerking. Linnenweverij en spinnerij houden veel vrouwen in Lissabon bezig, evenals te Oporto, Coïmbra, Guimaraes, Santarem en Torres Novas; de waarde van de gemaakte fabrieksgoederen overtreft jaarlijks de 15 millioen francs. Behalve voor weefsels is het vlas ook de grondstof voor een nationale industrie, die terecht beroemd is, het kantwerken, dat vooral wordt uitgeoefend in Vianna, Lagos, het schiereiland Peniche en te Setuval. Al in hun prilste jeugd leeren de meisjes met de spoelen omgaan, en in veel kantwerkscholen wordt de vaardigheid verhoogd.

Wat den mijnbouw aangaat, al heeft Portugal geen mijnen, die in rijkdom van opbrengst kunnen wedijveren met de mijnen van Rio Tinto in Spanje, toch zijn er mijnen van beteekenis. Koper vooral is er in overvloed in de provincie Alemtejo, waar de Sint-Domingomijnen en die van Aljustrel een goede opbrengst hebben. IJzer, tin, lood, antimonium worden op vele plaatsen gevonden en de mijnen worden geëxploiteerd door meer dan 350 concessionarissen.

Maar de ware rijkdom van Portugal ligt in zijn landbouw. Herhaaldelijk zal men in dit te vluchtige reisverhaal beschrijvingen ontmoeten, die van den weligen plantengroei op portugeeschen bodem gewagen. Alleen het gezicht van die verschillende landschappen onder hun uniform en diadeem van groen kan een denkbeeld geven van de mildheid van Portugals bodem. Van de oevers van de Minho tot die van de Guadiana heeft men het gevoel, door een onafgebroken tuin te gaan of door een uitgestrekt park. Alemtejo zelfs, hoe vlak en kaal het schijne, vooral in vergelijking met de naburige streken, ziet er met zijn groene weiden en onmetelijke korenvelden bloeiend uit.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *