1908 In Portugal

In Portugal.

Vertaald uit het Frans geschreven door Gérard de Beauregard en Louis de Fouchier

De Taag bij Lissabon in haar karakter van een rustig meer

De Taag bij Lissabon in haar karakter van een rustig meer

De Taag bij Lissabon in haar karakter van een rustig meer

O, wat zijn die vriendelijke, gastvrije, dienstvaardige Portugezen wel echt van ons Latijnse ras! De etnologen, de archeologen en de fysiologen, die met behulp van microscopen en hypothesen de mensen hebben onderzocht, mogen ons al verzekeren, dat er in het bloed der Lusitaniërs Iberische bolletjes zweven en suevische, westgothische en karthaagsche, Moorse en zelfs Franse, die wel klein zijn, maar zeer levendig, het blijft niettemin duidelijk, dat het amalgama iets Latijns is geworden, zoals de Amerikaanse wijnstok ten slotte de Vougeot voortbrengt, als hij maar genoeg sappen van de hellingen van den Cote d’Or heeft opgezogen.

Aan wien zal men doen geloven, dat het oude Lusitanië met zijn vruchtbaren grond, zijn donkerblauwe hemel, zijn stromend water, zijn rozen, zijn palmen, zijn oranjes en zijn onverstoorbaar goed humeur niet een aarts-Latijns land is?

En bovendien, zonder al te lang stil te staan bij de deugden der Portugezen, zonder hen al te zeer te prijzen, wat op hetzelfde neer zou komen, als het uitbazuinen van onzen eigen lof, herkennen wij hen als volbloed Latijnen, juist door twee van hun ondeugden.

Vooreerst geven ze graag op zichzelf af net als wij, en bij hen, even als bij ons, is in hetgeen ze beweren, veel overdrijving met een ondergrond van waarheid. Vervolgens houden ze van staatsie, woordenpraal en ostentatie, maar op een naïeve manier, goedaardig, nooit met het doel, om den buurman onaangenaam te wezen of hem zijn kleinheid te doen gevoelen. Zoo is daar ginds ieder illustrissime, en dat gaat zoo ver, dat de officiële gedrukte stukken, die bestemd zijn, om met antwoorden aan allerlei vragers te worden gezonden, deze uitdrukking als aanspraak dragen. Illustrissime wil niet zeggen illuster, dat is beroemd of doorluchtig. Vasco de Gama is beroemd; men noemt hem illuster, maar gij en ik, wij zijn illustrissime; men moet het weten, om daaruit te besluiten, dat sommige superlatieven een verkleinende betekenis hebben. Excellentissime is ook druk in gebruik, en men past het woord zonder iemand aanstoot te geven op den eersten den besten schurk toe. Men heeft daaruit afgeleid, dat in Portugal ieder van adel is en trots is op zijn hoge geboorte. Maar niets is minder waar. De oude familie zijn precies bekend, in spijt van de veelheid der namen, waarover ze beschikken, en zij zijn volstrekt niet bijzonder talrijk.

In waarheid is Portugal echter een heerlijk land, en hier doet zich de gelegenheid voor, om opruiming te houden onder een hoop oude geschiedenissen en sprookjes, die in oude tijden zijn rondgebazuind door den een of anderen vrolijken prater, die graag voor gewichtig door wilde gaan en pronken wou met wat hij op zijn reizen had gezien. [54]

Als men geloof wilde slaan aan wat sommige fijngevoelige vertellen, wonen er in hoofdzaak in Portugal rovers en ongedierte. Wat de eersten aangaat, die zijn, als ze bestaan, al zeer bescheiden, want wij hebben de eenzaamste wegen bezocht en de meest afgelegen provincies, te voet, per rijtuig, per fiets en per ezel, des morgens, overdag en des nachts, bij maneschijn en zonder maan, zonder ooit wat anders te ontmoeten dan vreedzame boeren, op hun ezeltjes gezeten, of karren, bespannen met kleine, goedmoedige ossen, die eerder deden denken aan Berquin dan aan de verschrikkingen van het Ambigu. Wat sterker is, de bedelaars, die men er vindt als overal elders, oefenen hun bedrijf uit met een matiging, waar het zoo lastige en opdringerige bedelvolk van Toledo, Granada en Burgos en zooveel andere steden van het schiereiland een voorbeeld aan kon nemen.

Wat het ongedierte betreft, wij hadden bij het overtrekken van de grens een lichte huivering gevoeld, en vóór onzen geest waren beelden verrezen van witte broeken, die zwart zagen van de luizen, van kamers, bezet door de verschrikkelijkste garnizoenen. Dat kwam, doordat in de stations, in de straten, en zelfs, o tedere oplettendheid, in de hotelvestibules een welsprekend reclamebiljet te zien was, dat een insectenpoeder aanprees, zoo onfeilbaar, dat de tekenaar een kerkhof had voorgesteld, met verschillende grafstenen, waaronder luizen en vlooien en mijten sluimerden, en onder het prachtigst mausoleum de grote dames der bende, leden van het wandgedierte.

De werkelijkheid geleek in niets op die schildering. Men moet afstand doen van de vuile herbergen, de onsmakelijke vertrekken, de gangen, waar men varkens en andere liefheden ontmoet, alles dingen, die bij ons in Frankrijk nog voorspeld worden aan de waaghalzen, wier lust uitgaat naar zulk een verre reis. Portugal is, zelfs in Algarvië en Alemtejo, een volkomen zindelijk land. Natuurlijk denken wij hier aan de hotels en inrichtingen, waar men mag aannemen, dat de gewone reiziger vertoeft. Laat men niet aankomen met de slechte luchtjes in die of die straat, de vuilheid van dat of dat huis! Wie Parijs een mooie wereldstad noemt, bedoelt ook niet, dat hij die mening heeft opgedaan in een of ander achtersteegje, die er toch wel zijn. De aan weelde gewende kan in Portugal overal een goed onderkomen vinden, schone lakens, voldoende maaltijden en een vriendelijke ontvangst, wat niet weinig betekend.

Het beste jaargetijde voor Portugal is de winter, die bijna altijd windstil en helder is van Oktober af. In April is er veel wind en vaak regen, vooral in het Noorden van het land, terwijl Januari, Februari en Maart prachtig zijn.

Om op de hotels terug te komen, het moet erkend, dat zindelijkheid niet altijd dezelfde betekenis heeft als geriefelijk. Vooral aan de bedden mankeerde uit het oogpunt van comfort veel. Ze waren ongelofelijk hard; een plank met een matras van niet meer dan drie vinger dik, met stro stijf gevuld, ziedaar het Portugese bed. Daarbij waren ze zeer kort, zoo kort, dat men, zonder een reus te zijn, er aan twee einden buiten uit stak. Natuurlijk went men er wel aan, net als aan alle dingen; maar het is niet alles een genoegen.

Zelfs te Lissabon blijven de bedden in hun aard volharden en behouden hun onvermurwbaar karakter. Wij logeerden in een groot hotel, prachtig uitzicht, ruime kamers, lift, baden, elektriciteit, gerant met een kaal hoofd, prachtig uitgedoste chasseurs, enfin, alles uiterst modern. Welnu, bij die inrichting bleven toch de bedden naar de traditie, en als ze misschien veêren hadden, waren het erg stijve.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *