1908 In Portugal

Veel bosschen, waarin eiken overheerschen, maar allerlei boomsoorten voorkomen, beslaan een oppervlakte van 1 200 000 hectaren. De druif, gekweekt overal in het koninkrijk, bezorgt het land een bloeienden uitvoerhandel. De oppervlakte aan wijnbergen is ongeveer 220 000 hectaren en de jaarlijksche opbrengst bij de zes millioen hectoliter. De wijn heeft een aangenamen smaak; maar een wat te sterk alcoholgehalte voor ons verwend gehemelte; ik herinner hier terloops aan den portwijn, die wereldberoemd is.

In een zoo vruchtbaar land vindt men natuurlijk veel vee, daar het overal voldoende voedsel kan krijgen, aan den landbouw onschatbare diensten kan bewijzen, en het aangewezen middel van vervoer is in streken, waar de rivieren niet goed bevaarbaar zijn en de spoorweg nog slechts een klein terrein bestrijkt. Daar komen dan ook bijzonder mooie exemplaren voor van paarden, ezels, muilezels en vooral van runderen. Die laatste zijn er in groote verscheidenheid; ze munten uit door de hoedanigheid van het vleesch, den melkrijkdom en de groote kracht. Het Barrova-ras munt boven dat van alle andere streken uit door den vorm van den kop en de buitengewone ontwikkeling der horens. Onder de herinneringen aan de buurt van Oporto komt op den voorgrond die aan deze beesten, met hun intelligente oogen en zachtgewilligen aard, twee aan twee onder een juk gespannen en loopend met gekruiste horens. Reuzenkudden van schapen en geiten brengen levendigheid in de bergachtige streken; en in het land van Tras os Montes, Minho, Beira speelt het varken de groote rol, die het bij ons in Bretagne heeft. In het kort, volgens een nog pas verschenen statistiek bereikt het aantal stuks vee ongeveer 6 400 000, zoo wat 70 per vierkanten kilometer en 1262 per duizend inwoners.

Het zal dus geen verbazing wekken, dat de uitvoerhandel, die zoowat 200 francs per jaar bedraagt, vooral steunt op landbouwproducten; alleen het vee is er voor bij de 20 millioen in betrokken en de wijnen voor meer dan 60 millioen. Bij den buitenlandschen handel overtreft niettemin de invoer den uitvoer; maar wij, Franschen, komen daarbij eerst op de zesde plaats, ver achter Engeland en Duitschland.

Zoo is ongeveer de economische toestand van Portugal. Nu heeft het land zware crisissen doorstaan, en zijn financiëele toestand heeft dikwijls groote teleurstellingen verwekt; maar al kan het er dan geen aanspraak op maken, om in de toekomst den rang te hernemen, dien het innam in den roemvollen tijd, toen zijn vlag over alle zeeën wapperde, toen zijn stoutmoedige zeevaarders voor hun vaderland een onmetelijk koloniaal rijk hadden veroverd, het [67]zou onrechtvaardig wezen, de bronnen van rijkdom over het hoofd te zien, die Portugal een zeer eervolle plaats kunnen verzekeren onder de volken van Europa.

Men zou zich intusschen kunnen afvragen, of er geen groote bezuinigingen zouden zijn aan te brengen in het bestuur der publieke zaak, of het aantal militaire betrekkingen niet ver de behoefte te bovengaat, of er wel een boven alle kritiek verheven strenge plichtsbetrachting bij alle ambtenaren heerscht; maar welk land kan zich in al deze dingen vrij pleiten? Zou het land er niet bij winnen, als er een vaster hand aan het bestuur was, als de koning in de geregelder bijeengeroepen Cortes meer zijn invloed liet gelden? Zou een zakenkabinet niet ver te verkiezen zijn boven een politieke regeering in een land, waar de politiek zoo dikwijls rampen over het land heeft gebracht? O, die eeuwige verdeeldheid, waar de besten in ondergaan, terwijl het land er geen voordeel van heeft! Conservatieven, regenerado’s, progressisten, en dat terwijl er een republikeinsche partij voor de deur loert, slechts wachtend op een gelegenheid, om te profiteeren van de verdeeldheid der tegenstanders en het roer in handen te nemen.

Wij wenschen van harte aan het sympathieke Portugal een wijze regeering, die enkel het algemeen belang op het oog heeft en industrie, handel, landbouw weet te doen vooruitgaan, die de latente rijkdommen van het land weet te exploiteeren, die eindelijk met de Kamers samenwerkt, om de orde in de financiën te herstellen en aldus voor Portugal een weg tot voorspoed opent.

De groote hoofdsteden zijn lang niet alle even goed bedeeld, wat haar omstreken betreft. Uit dit oogpunt bezien, bieden de beide hoofdsteden van het Iberisch schiereiland wel een bij zonder scherpe tegenstelling. Zoo kaal en doodsch en eentonig de omstreken van Madrid zijn, zoo heerlijk veel schaduw, kleur en verscheidenheid bieden die van Lissabon aan. Terwijl Madrid in een omtrek van tien mijlen buiten het Pardo (en hoe dan nog) geen enkel mooi plekje voor uitstapjes heeft aan te bieden, biedt Lissabon aan reizigers en toeristen in een kring van veel geringer uitgestrektheid de lachende stranden van Estoril en Cascaes, het wonderschoone landschap van Cintra, zonder nog te gewagen van de wandelingen aan de Taag, met de mooie uitzichtspunten, van de kust van Setuval en van de uitstapjes in de streek van Estramadura, waar de schilderachtige kleederdrachten in het aardige landschap des te beter uitkomen.

Op die verschillende wegen, waar wij de lezers denken te brengen, zullen de koninklijke paleizen ons als bakens dienen. Al laat hun bouwtrant soms wat te wenschen over, het moet erkend, dat de plaatsen met smaak zijn gekozen en dat de natuur voor alle een onvergelijkelijk kader oplevert. Er zijn er niet minder dan zes, in Lissabon en in de onmiddellijke omgeving. Necessidades, Ajuda, Belem, Cascaes, Koninklijk Paleis en Pena te Cintra, en nog moeten erbij gevoegd Queluz, Villa Viciosa en Mafra, waarover wij te gelegener tijd iets zullen zeggen.

Voor de poorten van Lissabon, men mag wel zeggen in Lissabon, want de grenzen der stad zijn moeilijk precies aan te geven, staat op een hoogte boven Belem het kasteel Ajuda, de gewone residentie van de koningin-moeder Maria Pia. Deze weelderige woning, met haar edelen gevel, is nog niet voltooid. Het oorspronkelijke plan was te weidsch, en de uitvoering zou zulke uitgaven hebben noodig gemaakt, dat na de voltooiing van den zuidelijken vleugel en den oostelijken gevel de koninklijke schatkist er genoeg van had. Een bevel van hoogerhand moet den bouw plotseling hebben doen staken midden in het werk, want de bogen aan de westzijde van het eereplein zijn blijven hangen in het ledige en hun vreemde silhouetten geven aan het paleis een atmosfeer van stilte en verlatenheid.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *