1908 In Portugal

Villo do Bispo ligt op de punt van een driehoek, omvattend het Sagres-schiereiland en waarvan de basis gevormd wordt door een lijn, die de punt van Sagres met kaap Sint Vincent verbindt. Welk een landschap! Op eenigen afstand van het dorp wordt de plantengroei al armoediger; geen boom, geen stuk bouwland, de zandige en rotsachtige grond levert eerst nog distels op, waarvan de roode en witte bloemen de vlakte bedekken, maar dan verdwijnt alle spoor van planten; alleen enkele salieplanten en wilde immortellen en bramen leggen een beetje kleur op den rosbruinen grond. Welk een triestheid! Wat een verlatenheid! Welk een leegte! Aan den rechterkant verrijst kaap Sint Vincent met haar hooge, donkere rotsen, waarvan het zwarte gesteente altijd door nevelen is omgeven. Een machtige vuurtoren wijst aan de talrijke schepen op zee deze kust aan, waar zooveel schipbreuken hebben plaats gehad. Van het uiterste eind der kaap, die zich meer dan honderd meter boven de schuimende zee bevindt, dwaalt het oog over den onbegrensden oceaan; ons oud Europa eindigt daar in een bepaald grootsch panorama. Men kan begrijpen dat de Ouden, toen ze het beschouwden, er den naam van Promontorium sacrum aan gaven, heilige plaats, voorgebergte, door godsdienstig ontzag gewijd aan den god der zeeën.

Vlak naast den vuurtoren ziet men ruïnen, die moeten hebben behoord aan een oud klooster, dat beroemd was en gewijd werd aan den H. Vincentius, vandaar de naam van de kaap. De legende wil, dat het lijk van den heilige, dat na zijn martelaarschap te Valencia in Spanje begraven was, later, in den tijd der invallen door de Mooren in het Iberisch schiereiland, door vrome handen was overgebracht naar de verre schuilplaats van het heilige voorgebergte. Tien raven vergezelden den stoet. Aan de kaap verlieten ze het lijk van den heilige niet, en toen een kapel, die het bevatte, gebouwd was, vestigden de vogels zich duurzaam op het dak. Dit is een zeer oude legende. Edrisi, een arabisch aardrijkskundige uit de 12de eeuw zinspeelt erop in deze woorden, die de kaap beschrijven, waaraan hij den naam geeft van de Ravenkerk: “De kerk heeft geen veranderingen ondergaan vanaf den tijd der eerste christenen… Zij is gebouwd op een kaap, die in zee ver vooruitspringt; op den top van het gebouw ziet men tien raven; niemand weet, waarom die er verblijf houden, en niemand heeft ze ooit zien wegvliegen. De priesters, die met den dienst zijn belast, zeggen, dat het wondervogels zijn”.

Van kaap Sint Vincent naar Sagres vormt de kust diepe baaien, in welker diepte de zee onophoudelijk tegen de rotsen klotst. Als het mogelijk is, wordt het land nog troosteloozer. Sagres is nu niet anders dan een armoedig dorpje, welks ruwe bevolking om het leven kampt met den dorren grond en die, om haar dorst te lesschen, niets heeft dan het hemelwater, dat opgevangen wordt in zoogenaamde marete’s, réservoirs in de open lucht, die zoo zijn ingericht, dat ze aan den voet der hellingen al het vocht opvangen, vallend in deze kuststreken. Het is een zwart, vuil water, maar de menschen stellen het op hoogen prijs.

Kaap Sagres is eerder een schiereiland dan een kaap. Dat schiereiland wordt afgesloten door oude, lage, massieve vestingwerken, in welker midden een poort door een bastion gekroond is. Het dorp is evenals de kust vol van herinneringen aan den infant Hendrik, die de plaats in 1419 zou hebben gesticht en er werven zou hebben aangelegd en scholen, met het doel, de zeevaart te ontwikkelen en de groote zeevaartkundige ontdekkingen. Men laat u zelfs in Sagres het huis zien, waar hij zou hebben gewoond en waar hij ook gestorven zou zijn; ook merkt men er een marmeren plaat op, die er in 1839 is geplaatst boven de binnenpoort van de plaats op bevel van koningin Dona Maria II, teneinde voor altijd de herinnering levendig te houden aan den grooten Infant. Maar hier raken wij aan een probleem, dat de portugeesche archaeologen lang heeft bezig gehouden en nog niet met rust laat, namelijk waar precies de plek is van die “Villa do Infante”.

Er zijn twee inrichtingen; de eene pleit energiek voor Sagres, en de andere, steunend op de termen van een charter van Dom Hendrik, gedateerd van 19 September 1450 en op verschillende andere bescheiden en getuigenissen, bestrijdt die meening en plaatst de stad van den Infant dichter bij kaap Sint Vincent, op de plek, die Beliche genoemd wordt. Na onderzoek van de stukken zouden wij geneigd zijn tot de laatste opvatting. Hoe het ook zij, het staat wel vast, dat op deze kust en binnen een bekenden kring van ongeveer een mijl de infant omstreeks 1460 een dorp heeft gesticht, waaraan hij zijn naam verleende. Dat dorp had ten doel, zoo zegt het charter, hulp en bijstand te verleenen aan de talrijke schepen, die door tegenwind gedwongen waren in deze streken een schuilplaats te zoeken, en waarvan de bemanningen dikwijls op deze kusten aan land werden geworpen. De gedenkplaat van 1839 spreekt bovendien van een beroemde school van cosmographie, van een sterrenkundig observatorium en van werven voor den bouw van oorlogsschepen. Het lijkt [255]dus wel zeker, al blijft nog open de discussie over enkele vragen naar personen, tijden en plaatsen, dat de omgeving van kaap Sint Vincent in vervlogen eeuwen het tooneel is geweest van groote maritime werkzaamheid; dat energieke zeevaarders en misschien groote vloten van daar zijn vertrokken, om verre landen te ontdekken en onbekende streken te leeren kennen. Men gevoelt nog duidelijker dan anders de ijdelheid van de aardsche dingen en de onstandvastigheid van het werk der menschen, als men deze treurige en verlaten streken doorreist, nu de stroom der jaren alles heeft verplaatst en zooveel heeft vernield, na het eerst te hebben opgebouwd.

De ezeltjes hebben bij het verlaten van Sagres hun tragen gang hervat; de doodsche streek ontvangt het laatste licht van den stervenden dag; de nacht valt langzamerhand over de kust en geeft aan de hooge rotsen schimachtige gedaanten, terwijl de maan over de rustig geworden zee een reuzendraperie van zilver legt.

Van Algarvië hebben wij tot nu toe slechts de vlakten en het strand gezien; wij moeten nog, voor we Alemtejo onder handen nemen, doordringen in dien Serra de Monchique, dien men ons als schoon heeft beschreven en waarvan de sierlijke vormen een wonderprachtig belvedère schijnen, geplaatst door de natuur juist aan het begin van ons oud Europa.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *